• Meer weten? Bel 088 - 57 90 057

Berichten door:

Kas Van

Politici, wees alert, nu meer dan ooit!

Politici, wees alert, nu meer dan ooit! 150 150 integriteit.nl

De coronacrisis lijkt aan het begin van de maand mei een nieuwe fase in te gaan. Nadat alle aandacht en energie zich richtte op de uitbraak van Covid-19 en deze een afvlakkende curve vertoont, lijkt de schade aan de economie de hoogste prioriteit te krijgen. Ook worden mondjesmaat op verschillende niveaus versoepelingen aangebracht om de maatschappij weer aan de gang te krijgen, te beginnen bij de scholen.

Tegelijkertijd blijkt de legitimiteit van en het maatschappelijk draagvlak onder de vergaande inperkende noodmaatregelen die de regering nog altijd noodzakelijk acht, onder steeds grotere druk te komen staan. Daarbij zijn nog nooit eerder vertoonde beslissingen in zo’n recordtempo genomen terwijl zorgvuldige wetgeving hierbij achterwege is gebleven. Vandaar dat  het kabinet dan ook bekend heeft gemaakt dat men aan een spoedwet werkt om de maatregelen tegen verspreiding van het coronavirus een steviger juridische basis te geven.

Waarschuwende woorden

Te midden van deze, door de omstandigheden afgedwongen, hals-over-kop-besluitvorming wijzen drie prominente bestuurskundigen op nog weer andere risico’s die kleven aan de huidige crisis van ongekende omvang. Deze zijn emeritus-hoogleraar dr. Leo Huberts, prof. dr. Muel Kaptein en Bart de Koning onderzoeksjournalist bij Follow the Money. Zij zijn sinds 2013 verantwoordelijk voor de Politieke Integriteitsindex, het jaarlijkse overzicht van affaires en schandalen waarin politici verstrikt zijn geraakt.

De drie deskundigen waarschuwen voor een bijkomend gevaar dat door de huidige crisis op de loer ligt: de integriteit van politici die op de proef wordt gesteld. Immers, in een crisissituatie staan grote belangen op het spel, is er maatschappelijke druk, grote onzekerheid over de juiste aanpak en minder tot nauwelijks ruimte voor controle door volksvertegenwoordigers.

Er is door het kabinet de afgelopen weken – hopelijk verantwoord – al gesmeten met miljarden en de tweede ronde staat voor de deur: bewindslieden dienen ongekende financiële injecties toe en plaatsen enorme orders voor bijvoorbeeld medische hulpmiddelen, waarbij de gebruikelijke controles en procedures vanwege de geboden snelheid aan de kant worden geschoven. Dat valt alleszins te begrijpen, maar het zet de deur voor misbruik wel wagenwijd open. Onderzoek in binnen- en buitenland wijst uit dat bij ingrijpende crises tal van integriteitsschendingen niet alleen mogelijk zijn, maar ook zullen voorkomen.

De zeven valkuilen

De drie bestuurskundigen verwachten op grond van hun ervaringen dat op de volgende punten uitglijders en affaires zijn te verwachten:

  1. Respectloos gedrag. Een crisis die zoveel slachtoffers maakt, vraagt om ernstige benadering en behandeling in het publieke domein. Dan geven de denigrerende opmerkingen van een minister van Economische Zaken aan het adres van zzp’ers geen pas, die zelf gekozen zouden hebben voor de risico’s die zij lopen.
  2. Belangenverstrengeling, in verschillende vormen: a. privé als men tijdens een crisis vertrouwelijke informatie onder ogen krijgt, kan men in de verleiding komen deze voor eigenbelang aan te wenden. Dat kan bijvoorbeeld bij het (ver)kopen van aandelen op grond van voorkennis. b. in opdrachten die men verleent aan vrienden of bekenden op onderhandse basis. Kortom het risico van nepotisme.
  3. Onrechtmatig gebruik bedrijfsmiddelen. Meestal ontvangen politici een standaardvergoeding voor buitenshuis verblijf of woon-werkverkeer. Maar is dat wel rechtvaardig als iemand gedwongen is om regelmatig thuis te werken. In het Nederlandse– en het Europarlement zijn daar ethisch laakbare voorbeelden van geweest.
  4. Schending democratische procedures. Door omstandigheden gedwongen kunnen politici zich genoodzaakt voelen ‘instemming, toestemming en verantwoording’ over te slaan. Ondermijning van democratische procedures ligt op de loer. Er is al groeiende kritiek onder Kamerleden en raadsleden dat ze buitenspel staan.
  5. Lekken van informatie. Thuiswerken brengt allerlei risico’s met zich mee. Onopzettelijk, door een digitale verbinding die gaten in de beveiliging bevat. Of door onachtzaamheid zoals de casus met Boris Johnson die een screenshot van de kabinetsvergadering via Zoom online postte, met daarin het unieke ID-nummer van die sessie.
  6. Misleiding. Eigen aan een crisis is dat er gebrek aan informatie is of dat bepaalde informatie niet welkom is. Voor sommige regeringsleiders is het verleidelijk informatie achter te houden, of in eigen voordeel om te buigen of te verzinnen. Veelpleger op dat gebied is president Donald Trump, maar ook Boris Johnson maakte zich er schuldig aan. Hij hield de ernst van zijn ziekte door het coronavirus achter voor het grote publiek.
  7. Oneigenlijke machtsuitoefening. Verantwoordelijke politici en bewindslieden leunen in tijden van crisis zwaar op hun medewerkers en ambtenaren. Daarbij blijkt vaak geen tijd en ruimte voor uitleg of tegenspraak. Daardoor voelen medewerkers zich nogal eens oneigenlijk onder druk gezet, zo blijkt uit onderzoek van de Rotterdamse Rekenkamer. Dat kan nog lang zijn sporen nalaten.

Een crisis vraagt van bestuurders dat zij doortastend en daadkrachtig zijn. Maar daarmee alleen redden zij het niet. Niemand weet hoelang een crisis duren zal – en zeker niet de huidige – en dat vergt veel van de spankracht van betrokkenen en derhalve uithoudingsvermogen. Voeg daarbij de fysieke en mentale aanslag die er op verantwoordelijken wordt gepleegd, het privéleven dat vaak als eerste het kind van de rekening wordt en het risico dat integer gedrag erbij inschiet.

Bedenk dat na een crisis altijd wordt teruggekeken en de hoofdrolspelers ter verantwoording zullen worden geroepen. De kans op een parlementaire enquête na de coronacrisis lijkt onvermijdelijk en de kans dat in dat proces, als zo vaak, politici in opspraak zullen geraken is levensgroot. Wees dus alert, luidt de oproep.

Job de Haan, nieuwsredacteur Integriteit.nl

Op de hoogte blijven?

Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

Hoe wij u kunnen helpen met integriteit?

Vraag hier onze digitale brochure aan

Het belang van regelingen en aandacht voor integer handelen

Het belang van regelingen en aandacht voor integer handelen 150 150 integriteit.nl

Onlangs heeft het Gerechtshof Den Bosch een uitspraak gedaan die onderstreept hoe belangrijk het is dat werkgevers een duidelijke gedragscode hebben en daaraan ook van tijd tot tijd aandacht besteden.

Het onbevoegd inzien van elektronische patiëntendossiers

Bij zorginstellingen zijn medewerkers werkzaam die uit hoofde van hun functie vaak vrij eenvoudig allerlei privacygevoelige informatie kunnen raadplegen die is vastgelegd in elektronische patiëntendossiers (EPD’s). Het is belangrijk dat de patiënten erop kunnen vertrouwen dat deze privacygevoelige informatie niet zomaar door iedereen kan worden bekeken en niet wordt misbruikt.

Om dit te waarborgen, hanteert de werkgever vaak een interne regeling c.q. gedragscode. Daarnaast worden er in de systemen vaak technische waarborgen ingebouwd, bijvoorbeeld door, voordat daadwerkelijk toegang tot het EPD wordt gegeven, een melding op het scherm te laten verschijnen met de mededeling dat het onbevoegd raadplegen van het EPD niet is toegestaan. Soms moeten de werknemers dan, met een bepaalde technische handeling, eerst bevestigen dat het een functionele (en dus toegelaten) raadpleging betreft.

Ontslag op staande voet?

De praktijk wijst uit dat er medewerkers zijn die hun nieuwsgierigheid, ondanks de genoemde waarborgen, niet kunnen bedwingen. De werkgever wil dan een stevige maatregel kunnen nemen en in bepaalde gevallen wordt de betreffende medewerker op staande voet ontslagen.

Aan een geldig ontslag op staande voet worden hoge eisen gesteld, ook als het ontslag gebaseerd is op het onbevoegd raadplegen van een EPD. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een zaak die diende bij het Gerechtshof Den Haag op 11 juli 2016. In die zaak had een dialyseverpleegkundige van het Maasstad Ziekenhuis in een periode van ruim drie maanden twintig keer het EPD van een familielid bekeken, terwijl hij met die patiënt geen behandelrelatie had. Het ziekenhuis heeft de medewerker daarop op staande voet ontslagen.

De kantonrechter oordeelde dat de medewerker weliswaar een fout had gemaakt, maar dat die fout hem, gezien de feiten en omstandigheden van de zaak, niet dusdanig zwaar kon worden aangerekend dat het dienstverband moest worden beëindigd. In het verlengde hiervan bepaalde de kantonrechter dat het ziekenhuis de medewerker op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag (met een maximum van € 15.000,-) moest toelaten tot de werkvloer.

Het ziekenhuis stelde hoger beroep in en liet de medewerker niet toe tot zijn oorspronkelijke werkzaamheden.

Het hof Den Haag merkte allereerst op dat bij de beoordeling van het ontslag op staande voet alle omstandigheden van het geval in aanmerking moeten worden genomen.

Vervolgens oordeelde het hof dat enerzijds van belang was dat de medewerker ernstig verwijtbaar had gehandeld, maar dat anderzijds ook moest worden meegewogen dat de medewerker ten tijde van het ontslag twaalf jaar in dienst was, dat zich tijdens het dienstverband niet eerder onregelmatigheden hadden voorgedaan, dat hij zijn werk altijd goed had gedaan en hij, gezien zijn leeftijd, moeilijk een andere baan zou vinden. Het hof achtte ook van belang dat het ziekenhuis “haar personeel weliswaar heeft gewaarschuwd dat ontslag zal volgen in geval van schending van de privacy, maar dat uit niets blijkt dat het personeel wist of moest begrijpen dat het onbevoegd inzien van een EPD zonder meer ontslag op staande voet tot gevolg zou hebben”. Dit alles bracht het hof tot de slotsom dat het ontslag op staande voet inderdaad niet in stand kon blijven.

Het hof was overigens van oordeel dat het dienstverband wel moest eindigen en heeft de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen. Het hof bepaalde ook dat het ziekenhuis aan de medewerker geen transitievergoeding schuldig was. Het ziekenhuis moest wel loon (na-)betalen: de medewerker was op 20 november 2015 op staande voet ontslagen en de arbeidsovereenkomst is ontbonden per 1 augustus 2016 en het ziekenhuis moest de medewerker over deze periode alsnog het loon betalen. De veroordeling om de medewerker tot zijn eigen werk toe te laten werd door het hof ongedaan gemaakt en daarmee was ook de dwangsomveroordeling van de baan.

Dan nu naar de recente uitspraak van het Hof Den Bosch van 23 januari 2020. In die zaak had een medewerker die als verzorgende IG werkzaam was bij een GGZ instelling, via de zogenaamde ‘noodknop-procedure’ acht keer onbevoegd het EPD van haar broer bekeken en op die manier ook een aantal keren het EPD van haar schoonzus ingezien. De GGZ instelling heeft de medewerker niet op staande voet ontslagen, maar heeft zich tot de kantonrechter gewend, met het verzoek om de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn te ontbinden wegens verwijtbaar handelen (en, subsidiair, wegens verstoorde verhoudingen). De kantonrechter heeft dit verzoek toegewezen.

De medewerker stelde daarop hoger beroep in. In hoger beroep voerde zij allereerst aan dat de werkgever de regels, gedragsregels en protocollen beter bekend had moeten maken en dat voor haar bepaald onduidelijk was wat er van haar werd verwacht, omdat de regels – in haar optiek – volstrekt niet helder en duidelijk waren en bovendien verspreid waren over een tiental documenten. Het Hof ging hier niet in mee. Het overwoog dat de medewerker al een aantal jaren met de rond het EPD geldende gedragsregelingen had gewerkt, dat daar in haar opleiding, trainingen en werkomgeving ook aandacht aan moet zijn besteed en dat daar in de via het intranet bekend gemaakte codes ook aandacht aan werd besteed. Volgens het hof kon de uitspraak van de kantonrechter dan ook in stand blijven.

Het belang van regelingen en aandacht voor integer handelen

Uit deze uitspraken blijkt dat het belang van een duidelijke interne regeling over het gebruik en inzien van EPD’s niet moet worden onderschat. Het is belangrijk dat in deze regeling niet alleen zorgvuldig wordt vastgelegd wat er van de medewerkers wordt verwacht, maar ook welke sancties de werkgever kan opleggen als een medewerker op dit punt tekort schiet.

En het is net zo belangrijk dat de werkgever de regels rondom het inzien van EPD’s aantoonbaar regelmatig onder de aandacht brengt bij medewerkers. Doet de werkgever dit niet, dan moet hij er rekening mee houden dat de rechter een eventueel ontslag wegens overtreding van de regels zeer kritisch tegemoet zal treden. Het is dus goed om de interne regels nog eens kritisch tegen het licht te houden en om deze, zo nodig, aan te passen en nog eens nadrukkelijk bij de medewerkers onder de aandacht te brengen

Jacobien Frederix-Gianotten

Dit artikel verscheen eerder op de website van Capra Advocaten

Op de hoogte blijven?

Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

Hoe wij u kunnen helpen met integriteit?

Vraag hier onze digitale brochure aan

Integriteit volgens de civiele rechter

Integriteit volgens de civiele rechter 150 150 integriteit.nl

De overheid is een werkgever met een bijzonder karakter. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat de overheid als enige bevoegd is geweld te gebruiken, de vrijheden van burgers te beperken en hen te verplichten belasting te betalen. Het feit dat burgers zich niet kunnen onttrekken aan de uitoefening van deze bevoegdheden zorgt ervoor dat aan de werknemers bij de overheid strenge eisen worden gesteld ten aanzien van hun integriteit.

Normalisering en integriteit

Integriteit staat dan ook hoog op de agenda bij overheidswerkgevers. Dat is niet anders geworden door de inwerkingtreding per 1 januari 2020 van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra), nader aangeduid als de Ambtenarenwet 2017. Een enkele integriteitsschending van een individuele ambtenaar kan immers het aanzien en de geloofwaardigheid van de overheid dusdanig schenden, dat het vertrouwen van burgers in de overheid ernstig wordt aangetast. Daarom dient ook in de genormaliseerde situatie de integriteit van de overheid en de overheidswerknemers in wet- en regelgeving gewaarborgd te zijn.

Ambtenarenwet 2017

In artikel 6 van de Ambtenarenwet 2017 is opgenomen dat de ambtenaar gehouden is de op hem rustende en uit zijn functie voortvloeiende verplichtingen te vervullen en zich ook overigens te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt. Het niet naleven hiervan geldt voor de toepassing van het Burgerlijk Wetboek (BW) als een tekortkoming in het nakomen van de plichten welke de arbeidsovereenkomst aan de ambtenaar oplegt.

In artikel 4 van de Ambtenarenwet 2017 staat dat de overheidswerkgever verplicht is een integriteitsbeleid te voeren dat is gericht op goed ambtelijk handelen. Hij kan niet volstaan met het formuleren van beleid, maar is ook verplicht aandacht te besteden aan het bevorderen van integriteitsbewustzijn en aan het voorkomen van misbruik van bevoegdheden, belangenverstrengeling en discriminatie. Door integriteit in functioneringsgesprekken en werkoverleg aan de orde te stellen moet het integriteitsbeleid vast onderdeel uitmaken van het personeelsbeleid. Ook moet de overheidswerkgever scholing en vorming op het gebied van integriteit bieden. Tot slot schrijft de Ambtenarenwet voor dat de overheidswerkgever een gedragscode heeft voor goed ambtelijk handelen.

Integriteit wordt daarmee voor de ambtenaar apart vastgelegd, bovenop de arbeidsrechtelijke bepaling van artikel 7:611 BW waarin het goed werknemerschap is opgenomen. Integriteit vormt volgens de parlementaire geschiedenis bij de Wnra, samen met de eed of belofte, het hart van de ambtelijke status.

Tuchtrecht

Indien sprake is van een ambtelijke integriteitsschending, dan wordt dit aangemerkt als plichtsverzuim. In het ‘oude’ ambtenarenrecht bestond er voor de overheidswerkgever de mogelijkheid een disciplinaire straf op te leggen indien sprake was van plichtsverzuim. De rechtspositieregelingen van de verschillende sectoren bevatten een limitatieve opsomming van disciplinaire straffen, die ook voorwaardelijk konden worden opgelegd (zoals een voorwaardelijk strafontslag). Deze disciplinaire straffen zijn onder de Wnra komen te vervallen. Hiervoor in de plaats zijn maatregelen uit het private arbeidsrecht gekomen.

Maatregelen uit het private arbeidsrecht

Het arbeidstuchtrecht kent – anders dan het ambtenarenrecht – geen uitgebreide regeling van disciplinaire maatregelen. Mogelijke maatregelen zijn bijvoorbeeld een schriftelijke waarschuwing, een boete (mits dit in de arbeidsovereenkomst of cao geregeld is) en ontslag op staande voet. Het ontslag op staande voet kan gezien worden als tegenhanger van het strafontslag in het ambtenarenrecht, ook al zijn er verschillen. Van een werkgever mag in het algemeen worden verwacht dat hij de werknemer eerst via disciplinaire maatregelen in het gareel probeert te krijgen alvorens over te gaan tot ontslag.

Verschil oordeel bestuursrechter – civiele rechter

Een ambtenaar die zich schuldig maakt aan een schending van de integriteit, bijvoorbeeld belangenverstrengeling, of tenminste de schijn van belangenverstrengeling heeft gewekt, kan rekenen op weinig begrip van de Centrale Raad van Beroep (CRvB). Aan ambtenaren worden volgens de hoogste ambtenarenrechter hoge integriteitseisen gesteld. Een ontslag is dan ook meestal het logische gevolg van belangenverstrengeling.

Echter, waar in het bestuursrecht alleen al de schijn van belangenverstrengeling kan leiden tot ontslag, lijkt de kantonrechter – waar ambtenaren sinds 1 januari 2020 mee te maken hebben – (veel) soepeler. Dat geldt ook wanneer een ambtenaar en een werknemer zitten te neuzen in bestanden waarin ze niets te zoeken hebben.

In dat licht is de uitspraak d.d. 28 november 2019 van de Centrale Raad van Beroep interessant. Hierin werd een ambtenaar verweten (maar liefst) 127 niet-functionele en dus ongeoorloofde raadplegingen in Suwinet te hebben verricht. Dit werd door zijn werkgever aangemerkt als ernstig plichtsverzuim waaraan de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag werd verbonden. Door de Raad werd dit standpunt bevestigd. Onvoorwaardelijk ontslag achtte de Raad, gezien de aard en de ernst van de verweten raadplegingen in het licht van de terecht gestelde eisen van betrouwbaarheid, verantwoordelijkheid en integriteit van ambtenaren, niet onevenredig aan het gepleegde plichtsverzuim. De ambtenaar had volgens de Raad het noodzakelijk in hem te stellen vertrouwen geschaad. Dat de opgelegde straf ingrijpende gevolgen voor de ambtenaar had, legde onvoldoende gewicht in de schaal om tot een ander oordeel te komen.

De vraag is of de civiele rechter tot een ander oordeel zou zijn gekomen. Vaststaat dat de CRvB een (veel) strengere lijn hanteert dan de civiele arbeidsrechter. Zo moest in 2017 het Hof Den Haag de vraag beantwoorden of een medewerkster van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) terecht op staande voet was ontslagen nadat ze 350 keer het Suwinet had geraadpleegd, terwijl dit geen verband hield met gevalsbehandeling. Ze keek dus in bestanden terwijl dat niet mocht. Volgens het Hof waren de raadplegingen inderdaad niet toegestaan, maar haar acties leverden geen dringende reden op voor ontslag op staande voet. Op de SVB rust immers de verantwoordelijkheid de medewerkster op structurele basis voor te lichten, te begeleiden en te waarschuwen. De SVB had naar het oordeel van het Hof met een minder ingrijpende maatregel moeten treffen.

Dit verschil zien we bijvoorbeeld ook terug bij strafbare handelingen begaan in de privésfeer. Een werknemer die werkte bij een containerterminal was veroordeeld voor verboden drugs- en vuurwapenbezit, cocaïnehandel en het witwassen van zwart geld. Ondanks het feit dat de werkgever een streng anti-alcohol- en drugsbeleid voerde, was de kantonrechter soepel: er was geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen, omdat de strafbare handelingen in de privésfeer hadden plaatsgevonden (Rechtbank Rotterdam 9 januari 2018). Had een ambtenaar zich schuldig gemaakt aan vergelijkbaar gedrag in de privésfeer, dan wordt dit, zo blijkt uit de vaste jurisprudentie van de CRvB, al snel betiteld als ernstig plichtsverzuim waaraan strafontslag evenredig is.

Op basis hiervan zou de conclusie kunnen worden getrokken dat ambtenaren onder het civiele recht, iets milder worden behandeld als ze zich schuldig maken aan een integriteitsschending.

Duidelijke communicatie

Het lijkt er derhalve voor ambtenaren die zich onder de Wnra schuldig maken aan een integriteitsschending gunstig uit te zien: ze hebben dan te maken met een andere, mildere rechter. Maar sinds 1 januari 2020 heeft ook de civiele rechter te maken met de integriteitsregels uit de Ambtenarenwet 2017. Zijn toetsingskader verandert dus. Onzeker is hoe de civiele rechter met integriteitskwesties zal omgaan.

Relevant is in dit kader de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland die op 26 maart 2020 uitspraak heeft gedaan in een kwestie tussen de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en een hoogleraar. Uit deze uitspraak lijkt te volgen dat de ambtenarenrechtelijke jurisprudentie van de CRvB van invloed zal zijn op het arbeidsrecht in de (semi-)publieke sector, dus ook in het geval van integriteitskwesties rondom ambtenaren. Dit is uiteraard relevant voor de praktijk.

Overheidswerkgevers zullen er daarom goed aan doen om datgene wat als schending van de integriteit wordt aangemerkt en de bestraffing daarvan beter te gaan vastleggen en onder de aandacht van de werknemers en te brengen. Dat schept duidelijkheid over wat wel en niet wordt geaccepteerd binnen de organisatie. Indien deze regels duidelijk en consequent worden toegepast, zal de werkgever bovendien sterker staan in een eventueel geschil bij de rechtbank. Overheidswerknemers kunnen dan toch te maken krijgen met een strenge(re) civiele rechter, omdat ze door hun werkgever al gewaarschuwd zijn.

Esther van Gaal

Dit artikel verscheen eerder op de website van Capra Advocaten

Op de hoogte blijven?

Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

Hoe wij u kunnen helpen met integriteit?

Vraag hier onze digitale brochure aan

Integriteit in tijden van corona

Integriteit in tijden van corona 150 150 integriteit.nl

De wereld is in rep en roer ten gevolge van de zogenaamde ‘coronacrisis’. Er zijn mensen die zeggen dat de gezondheidsschade ten gevolge daarvan relatief meevalt in vergelijking met de laatste grote griepepidemie. Anderen beweerden het tegenovergestelde.

Duidelijk is in ieder geval dat er op dit terrein veel zorgen zijn, niet alleen bij de sector die erover gaat: de Zorg. De economische schade is hoe dan ook enorm en de vraag doet zich voor hoe deze in de komende periode zoveel mogelijk beperkt kan worden. Over beide aspecten valt veel te zeggen, maar wat mij recentelijk opviel, was dat (ook) in tijden als deze een groot appèl wordt gedaan op de integriteit van politiek ambtsdragers en bestuurders. Wat was er aan de hand?

Republikeinse senatoren schonden ambtsgeheim en handelden met voorkennis

Onlangs is gebleken dat enkele Republikeinse senatoren zich hebben laten voorlichten door experts, die hen hebben verteld wat de gevolgen zouden kunnen gaan worden van de corona-epidemie, die nadien een pandemie is geworden. Het ging om RIVM-achtige experts, die op dit moment grote invloed hebben op het overheidsbeleid over de gehele wereld. In een geheime bijeenkomst zijn in Amerika enkele senatoren ingelicht door deze experts. Daarmee hadden zij voorkennis van de scenario’s waarmee de diverse overheden, waaronder de Amerikaanse, rekening dienden te houden. Vanzelfsprekend werden zij geacht de informatie die zij op dat moment kregen voorlopig onder de pet te houden. Dit teneinde te voorkomen dat onmiddellijk de beurs zou instorten en grote paniek zou ontstaan. Zij hielden de informatie niet onder de pet, in die zin dat zij enkele vertrouwelingen hebben ingelicht. Dat is doodzonde nummer 1: schending van hun ambtsgeheim.

De tweede doodzonde was, dat zij onmiddellijk hun privé-aandelen verkochten, waarmee zij voor miljoenen konden ‘cashen’. Dit kort voor de beurskrach die enkele weken later zou volgen, waarbij de aandelenkoersen ongeveer 30% onderuit gingen.

Doodzonde nummer 2 was zo mogelijk nog erger dan doodzonde nummer 1. Handelen met voorkennis geldt als een strafbaar feit. Saillant detail was dat één van de senatoren enkele jaren geleden had gestemd tegen een wetsvoorstel waarbij handelen met voorkennis strafbaar werd gesteld. Overigens is het lekken van geheime informatie veelal ook een strafbaar feit.

Wat zouden de gevolgen van deze integriteitsschending in Nederland zijn?

Los daarvan: dat deze senatoren niet integer hebben gehandeld, lijkt me duidelijk. Begrijpelijk zijn dan ook de woedende reacties in de pers en bij de bevolking. In Nederland zou dat niet anders zijn geweest. Stel je bijvoorbeeld eens voor dat er een geheime bijeenkomst plaatsvindt begin januari met de fractievoorzitters van de Tweede Kamer, waarbij deze door het RIVM worden ingelicht over de mogelijke gevolgen van de komende corona-pandemie. Stel vervolgens dat deze fractievoorzitters enkele vriendjes inlichten en aandelen verkopen (voor zover ze die hebben), dan zou de wereld te klein zijn. Het Openbaar Ministerie zou onmiddellijk in actie komen en bezien of en in hoeverre strafrechtelijke vervolging mogelijk is. Verder mag ik hopen dat grote druk wordt uitgeoefend op het aftreden van de betreffende fractievoorzitters.

Het schenden van de geheimhoudingsverplichting en het zich schuldig maken aan belangenverstrengeling gelden ook in Nederland als forse schendingen van integriteitsregels. Dat zoiets leidt tot kritische vragen door de pers en woedende reacties vanuit de bevolking ligt voor de hand.

Hoe zouden wij zelf handelen?

Tot zover niets bijzonders. De vraag is echter hoe wij zelf gehandeld zouden hebben in een dergelijke situatie. In de praktijk is het immers zo dat principes en belangen vaak wonderwel parallel lopen. Het wordt pas interessant als dat niet het geval is. Hoe vaak komt het voor dat een politicus – of laten we het breder stellen: een mens – standpunten inneemt die regelrecht in strijd zijn met zijn eigen belangen? Laten we eerlijk zijn: vaak is dat niet het geval. Niets menselijks is ons immers vreemd. De apostel Paulus zou dan zeggen: “Die meent te staan, zie toe dat hij niet valle.” (1 Korinthiërs 10:12-13).

Voorbeeldcasus tijdens een integriteitsworkshop

Als tijdens een integriteitsworkshop bij een willekeurige gemeente aan de raadsleden een casus wordt voorgelegd, waarvan de strekking is dat sprake is van vertrouwelijke kennisneming van een voorgenomen bestemmingsplanwijziging ten gevolge waarvan een asielzoekerscentrum zal worden gepland recht tegenover de woning van de dochter van het desbetreffende raadslid en vervolgens de vraag wordt gesteld aan het raadslid of hij die informatie zou delen met zijn dochter, is in 90% van de gevallen het antwoord: ja, ik zou die informatie met niemand delen, behalve met mijn dochter.

Vaak wordt dan gezegd dat dat niet zo erg is, maar in essentie is er geen wezenlijk verschil tussen deze casus en de Amerikaanse versie daarvan, die ik zojuist heb geschetst.

Het belang van het bespreken van integriteitsdilemma’s

Op dat soort momenten blijkt maar weer eens hoe belangrijk het is dat in de publieke sector (en ook daarbuiten trouwens) met grote regelmaat discussies plaatsvinden over het onderwerp Integriteit en dat concrete dilemma’s daarover worden besproken. Dat geldt voor bestuurders en (overige) politiek ambtsdragers, maar ook voor ambtenaren en overige werknemers. Dat geldt niet alleen bij de diverse overheden, maar ook in de onderwijssector, in de zorgsector en daarbuiten.

Capra Advocaten en Integriteit.nl bieden trainingen, integriteitsscans en workshops aan Voor Capra Advocaten geldt dat wij al sinds jaar en dag betrokken zijn bij integriteitskwesties in verschillende hoedanigheden, namelijk als procesgemachtigde, als adviseur, onderzoeker naar integriteitsschendingen en docent/trainer. Daarnaast wordt via Integriteit.nl een online trainingsmodule aangeboden ten behoeve van onder meer bestuurders/politiek ambtsdragers en ambtenaren. Die module wordt onder meer gebruikt door leidinggevenden om het gesprek aan te gaan met medewerkers over integriteit.

Voorafgaand daaraan worden workshops georganiseerd, waarvan dilemmatrainingen een vast onderdeel uitmaken. Daarnaast komt het geregeld voor dat met individuele bestuurders en ambtenaren het gesprek wordt aangegaan over het onderwerp Integriteit, al dan niet in het kader van een zogenaamde ‘integriteitsscan’, vooruitlopend op een benoeming. Daarbij komen kwesties als het voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling, openheid en transparantie, het naleven van geheimhoudingsverplichtingen etc. uitvoerig aan de orde. Bewust worden, zijn en blijven van integriteit is daarbij de kernboodschap.

Interesse voor de online module, integriteitsgesprekken, workshops en/of integriteitsscans? Bekijk dan de oplossingen op deze website of bezoek onze speciale pagina over integriteit op capra.nl.

Jan Blanken, Capra Advocaten

Dit artikel verscheen eerder op de website van Capra Advocaten

Op de hoogte blijven?

Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

Hoe wij u kunnen helpen met integriteit?

Vraag hier onze digitale brochure aan

Workshops integriteit voor gemeente West Betuwe

Workshops integriteit voor gemeente West Betuwe 2252 1318 integriteit.nl

Workshop integriteit gemeente West Betuwe integriteit.nl

Voor de gemeente West Betuwe heeft Integriteit.nl vijf Workshops Integriteit verzorgd. Met circa 250 medewerkers in de organisatie gingen we aan de slag met het onderwerp integer handelen. Naast het bespreken van nut, noodzaak en achtergronden van integriteit bespraken we in groepen ook hoe je in de praktijk omgaat met dilemma’s.

Philip Bosman, Directeur Gemeente West Betuwe, over de workshops:

“Esther van Gaal weet aan de hand van sprekende voorbeelden op boeiende en professionele wijze onze mensen te prikkelen. Ze heeft ons als nieuwe organisatie verder geholpen om dit belangrijke onderwerp bespreekbaar te maken en ons bewustzijn te vergroten.”

Hoe wij u kunnen helpen met integriteit? Lees het in onze brochure.

Workshop integriteit nieuwe medewerkers gemeente Cuijk Mill Grave st. Huber

Workshop integriteit voor gemeente Cuijk, Grave en Mill en St.Hubert

Workshop integriteit voor gemeente Cuijk, Grave en Mill en St.Hubert 2560 1068 integriteit.nl

Workshop integriteit gemeente Mill Cuijk

Alle medewerkers van de Werkorganisatie CGM -de ambtenaren van de gemeente Cuijk, Grave en Mill en St.Hubert- worden ondersteund in het integer werken. CGM zet daarvoor o.m. de workshop Integriteit van Integriteit.nl in, voor alle nieuwe medewerkers. Circa 25 nieuwe medewerkers gingen tijdens de introductiedagen een middag aan de slag met het onderwerp integer handelen. Naast het bespreken van nut, noodzaak en achtergronden van integriteit bespraken we in groepen hoe je in de praktijk omgaat met dilemma’s.

Astrid Bolder, Personeelsadviseur Gemeenschappelijke regeling werkorganisatie CGM, over de workshop:

“Medewerkers ervaren vaak ‘eye openers’. Ook nu weer ontstonden er interessante discussies over bijvoorbeeld wel of niet kopiëren op je werk of van een leverancier op je werk een cadeau aanvaarden. Er is niet altijd een goed of fout antwoord.”
“Het gaat er juist om dingen –soms echt wel moeilijke dingen, die je als ambtenaar nu eenmaal tegen komt- bespreekbaar te maken en te houden. En daar is iedereen het dan weer wel over eens….!”

Hoe wij u kunnen helpen met integriteit? Lees het in onze brochure.

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we ervan uit dat je ermee instemt.