Meer weten? Bel 088 - 57 90 057

Tegenspraak moet niet afhankelijk zijn van de dapperste medewerker

Tegenspraak moet niet afhankelijk zijn van de dapperste medewerker

Professionele tegenspraak staat deze week opvallend vaak op de agenda. A&O fonds Gemeenten organiseert een bijeenkomst over het onderwerp en CAOP besteedt aandacht aan ‘De kracht van dwarsliggen’. Dat is niet zo vreemd. In ambtelijke organisaties wordt veel gesproken over de vraag of medewerkers zich voldoende durven uitspreken. Tegen een collega. Tegen een leidinggevende. Of tegen een besluit waar eigenlijk al overeenstemming over lijkt te bestaan.

A&O fonds Gemeenten deed eerder onderzoek naar professionele tegenspraak bij zestien gemeenten en sprak daarvoor met 64 medewerkers, leidinggevenden en directieleden. De titel van dat onderzoek is veelzeggend: Je moet het maar durven. Die titel schuurt ook een beetje. Want als je iets moet durven zeggen, is er blijkbaar iets te verliezen.

Wat gebeurt er nadat iemand iets zegt?

Natuurlijk vraagt tegenspraak soms moed. Zeker als er verschil in positie, ervaring of gezag is. Een jonge medewerker die een directeur tegenspreekt, zal dat anders ervaren dan twee directe collega’s die van mening verschillen.

De aandacht gaat vaak vooral uit naar degene die moet spreken. Durft die zijn mond open te doen? Geeft iemand zijn grens aan? Trekt iemand aan de bel? Maar minstens zo interessant en belangrijk is wat er daarna gebeurt.

Een medewerker zegt tijdens een overleg: “Volgens mij zien we hier iets over het hoofd.” De voorzitter vraagt door. Of hij legt uit waarom daar al aan gedacht is. Een collega kijkt naar zijn telefoon. Iemand zucht. Een ander maakt een grapje en het overleg gaat verder.

Geen van die reacties is op zichzelf spectaculair. Toch onthouden mensen ze. Wie een paar keer de ervaring heeft dat een afwijkende mening vooral ergernis lijkt op te leveren, bedenkt zich een volgende keer misschien twee keer. Wie ervaart dat er echt wordt geluisterd, zal daarentegen eerder opnieuw iets zeggen. Daar zit een belangrijk deel van sociale veiligheid.

Tegenspraak zit in gewone momenten

Bij tegenspraak denken we al snel aan grote kwesties. Een ambtenaar die een bestuurder waarschuwt. Een medewerker die ernstige misstanden aankaart. Iemand die tegen de stroom in blijft volhouden dat een besluit niet verstandig is.

In de dagelijkse praktijk is het meestal veel kleiner. “Waarom doen we dit eigenlijk altijd zo?” “Volgens mij werkt dit voor die groep helemaal niet.” “Ik vond die opmerking eerlijk gezegd niet prettig.” “Zijn we niet iets te snel tot deze conclusie gekomen?” Of simpelweg: “Ik ben het daar niet mee eens.”

De omgang met zulke momenten bepaalt of een verschil van inzicht gewoon bij het werk hoort of als lastig wordt ervaren.

A&O fonds Gemeenten kwam daar deze zomer opnieuw op terug. De centrale vraag bij een talkshow over professionele tegenspraak was hoe je voorkomt dat die afhankelijk blijft van het lef van één medewerker of van toevallige omstandigheden. Dat is een interessante vraag, ook buiten gemeenten. Want hoeveel ruimte voor tegenspraak is er werkelijk als altijd dezelfde mensen hun nek moeten uitsteken?

Als het ongemakkelijk wordt

Bijna iedere organisatie zal zeggen dat medewerkers vragen mogen stellen en kritiek mogen geven. De echte test komt op een ander moment. Als de deadline morgen is. Als iedereen enthousiast is over een plan en één collega twijfelt. Als een ervaren leidinggevende wordt tegengesproken door iemand die net binnen is. Als iemand gedrag benoemt dat anderen volstrekt normaal vinden. Dan kan een andere mening ineens minder welkom voelen.

Dat hoeft niet eens bewust te gebeuren. Een geërgerde reactie, snel doorgaan naar het volgende agendapunt of achteraf zeggen dat iemand zijn punt “wat handiger had kunnen brengen” kan genoeg zijn.

Mensen kijken goed naar wat er met anderen gebeurt. Ook medewerkers die zelf niets zeggen, zien hoe een collega wordt ontvangen wanneer die een lastig punt op tafel legt. Daarmee ontstaat gaandeweg een beeld: hier kun je dit zeggen, of hier kun je dit beter voor je houden.

Daarover in gesprek gaan is misschien wel een bruikbaarder gesprek over professionele tegenspraak dan alleen vragen of medewerkers genoeg lef hebben.

Hoe goed luisteren we zelf?

Hoe reageren wij wanneer iemand een besluit ter discussie stelt? Kunnen we nog luisteren als we het gevoel hebben dat kritiek op onszelf gericht is? En krijgen mensen die regelmatig een ander geluid laten horen op den duur het etiket ‘lastig’?

Dat zijn goede vragen om in een team te bespreken. Juist omdat de antwoorden meestal niet zwart-wit zijn.

Tegenspraak hoeft ook niet prettig te voelen. Dat is misschien wel het punt. Een afwijkende mening kan irritant zijn, slecht uitkomen of een gesprek ingewikkelder maken. Toch kan precies dat gesprek nodig zijn.

Wie wil dat medewerkers zich uitspreken, moet daarom niet alleen kijken naar hun moed. Kijk ook naar wat er gebeurt zodra iemand het daadwerkelijk doet.

Professionele tegenspraak bespreekbaar maken

In onze workshop Professionele tegenspraak voor ambtelijke organisaties onderzoeken medewerkers en leidinggevenden hoe tegenspraak in de dagelijkse praktijk werkt. Wanneer spreken mensen zich uit, wanneer houden ze zich in en wat helpt om verschillende perspectieven daadwerkelijk ruimte te geven? De workshop maakt het onderwerp concreet en bespreekbaar aan de hand van herkenbare situaties en dilemma’s uit de ambtelijke praktijk.

door Jacobien Frederix-Gianotten (trainer)

06 – 18 50 10 69

Op de hoogte blijven?

Meld u aan voor de nieuwsbrief!

Hoe wij u kunnen helpen met integriteit?

Vraag hier onze digitale brochure aan.

150 150 Kas Van

Inschrijven voor de nieuwsbrief van Integriteit.nl