• Meer weten? Bel 088 - 57 90 057

Artikel

Integriteit en geanonimiseerde verklaringen

Integriteit en geanonimiseerde verklaringen 150 150 integriteit.nl

Integriteit en geanonimiseerde verklaringen: in de regel is dit geen gelukkige combinatie. Bij een (vermoeden van een) integriteitsschending – denk bijvoorbeeld aan ongewenst gedrag – wil je als werkgever kunnen optreden.

Dit vraagt om een zorgvuldig onderzoek, niet alleen in het belang van de medewerkers die last hebben van bepaald gedrag, maar ook in het belang van de medewerker die het vermeende gedrag vertoont. Laatstgenoemde moet zich immers tegen de verdachtmakingen kunnen verweren. En daar ontstaat vaak een spanningsveld op het moment dat eerstgenoemde medewerkers uitsluitend anoniem willen meewerken aan een onderzoek.

Het overkwam een befaamd recensent van de Volkskrant. Al langere tijd gingen er geruchten dat hij vrouwelijke auteurs benaderde alvorens hij over hun boeken een recensie ging schrijven. Omdat hij bij herhaling bleef ontkennen zich hieraan schuldig te hebben gemaakt, liet de Volkskrant intern en extern onderzoek doen. Aan de auteurs werd in beide onderzoeken anonimiteit toegezegd. Hoofdzakelijk daartegen richtte zich het verweer van de recensent in de procedure tot ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst. De kantonrechter ging hier niet in mee. De kantonrechter kwam tot het oordeel dat er voldoende concrete aanwijzingen en ook bewijsstukken waren over de bronnen en de aard en de inhoud van de contacten om te kunnen begrijpen waartegen de recensent zich diende te verweren.

Het is mijns inziens een terecht oordeel. De recensent had zelf de namen van auteurs van de – geanonimiseerde – screenshots achterhaald en had zelf ook nog zes namen genoemd van vrouwelijke auteurs met wie hij contact had gehad. Voor de recensent was dus duidelijk om welke auteurs het ging en bovendien waarover hij openheid diende te betrachten. Het is een voorbeeld van een uitspraak waaruit blijkt dat geanonimiseerde onderzoeksresultaten onder omstandigheden geoorloofd zijn. Let wel, het is zeker geen pleidooi voor het grenzeloos (laten) doen van geanonimiseerd onderzoek. Hoe invoelbaar de wens van medewerkers om anoniem een verklaring te kunnen afleggen soms ook kan zijn, als een werkgever arbeidsrechtelijke gevolgen aan een onderzoeksresultaat wil verbinden, dient de uitkomst van een onderzoek nu eenmaal te berusten op een feitelijke grondslag. Anonieme verklaringen zullen in dat onderzoek dan ook geverifieerd moeten worden aan de hand van meer objectieve gegevens. De kantonrechter ontbond overigens uiteindelijk de arbeidsovereenkomst op de g-grond, de verstoorde verhouding.

Amke de Visser

Dit artikel verscheen eerder op de website van Capra Advocaten

Op de hoogte blijven?

Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

Hoe wij u kunnen helpen met integriteit?

Vraag hier onze digitale brochure aan

ICT-informatie niet veilig rond thuiswerken rijksoverheid

ICT-informatie niet veilig rond thuiswerken rijksoverheid 150 150 integriteit.nl

Een deel van de 175.000 ambtenaren die sinds maart van dit jaar van de ene op de andere dag moesten gaan thuiswerken, gebruikt onveilige digitale kanalen om te communiceren. Sommigen van hen gebruiken WhatsApp en privé-email voor het uitwisselen van vertrouwelijke informatie en houden zich daarmee niet aan de veiligheidsrichtlijnen van hun organisaties. Een deel van de ambtenaren bij de rijksoverheid heeft behoefte aan duidelijkere communicatie over het veilig gebruik van samenwerkings-ICT zoals berichtenapps en online vergaderdiensten. Zo blijkt uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer.

Covid-19

Dat onderzoek behelsde het gebruik van ICT-middelen tijdens de coronacrisis bij ministeries en de Hoge Colleges van Staat. Het digitaal werken bij de rijksoverheid komt door de corona-uitbraak in maart van dit jaar in een stroomversnelling. Vrijwel alle circa 175.000 rijksambtenaren werken zoveel mogelijk vanuit huis en dat vergt een enorm aanpassingsvermogen van ICT-medewerkers en ondersteunende diensten. In haar rapport deelt de Algemene Rekenkamer allereerst een compliment uit voor de manier waarop ministeries, individuele ambtenaren en ICT-dienstverleners op deze immense opgave hebben gereageerd. Maar als in een enquête de vraag wordt gesteld of het thuiswerken ook op een veilige manier gebeurt, is het antwoord niet positief.

Duidelijker communiceren

Uit die enquête, die de Algemene Rekenkamer hield onder rijksambtenaren en medewerkers van Hoge Colleges van Staat, blijkt dat 7% van de respondenten WhatsApp gebruikt en één op de zes werknemers zijn privé-email voor vertrouwelijke communicatie, terwijl dit niet is toegestaan. Eén van de oorzaken is dat ambtenaren soms niet weten welke applicaties ze wel of niet mogen gebruiken. Zo staat op de interne website van de rijksoverheid dat WhatsApp onder voorwaarden voor werk gebruikt mag worden. Maar bij verschillende ministeries is die berichtenapp nadrukkelijk niet toegestaan. Andere motieven zijn het gebruiksgemak waardoor men sneller en makkelijke kan werken of omdat men via een bypass naar de eigen computer een document alsnog kan printen wat via de officiële kanalen, om veiligheidsredenen, niet mogelijk is.

Verder verklaart een vijfde van de respondenten niet op de hoogte te zijn van de afspraken voor het gebruik van samenwerkings-ICT en zegt behoefte te hebben aan meer eenduidige en begrijpelijke communicatie over welke samenwerkings-ICT men kan gebruiken. 22% is niet tevreden over de communicatie van de afspraken. De meeste onduidelijkheid bestaat over het gebruik van berichtenapps zoals WhatsApp en online samenwerkingsplatforms zoals MS-Teams, Sharepoint of Dropbox. 

Informatiebeveiliging en privacy

De belangrijkste risico’s van het gebruik van ICT voor samenwerking op afstand zijn die op het gebied van informatiebeveiliging, privacy en (adequate) archivering van informatie. Nauwere samenwerking tussen ministeries moet de kansen vergroten om te komen tot gemeenschappelijke, veilige samenwerkings-ICT en eenduidige werkafspraken. Door het gebruik van onveilige middelen of het onjuist gebruik van de aanbevolen ICT-voorzieningen kan informatie in handen van onbevoegden komen. Het is onduidelijk of dat in de praktijk al tot schade heeft geleid, maar het is op zich al kwalijk dat het gebeurt. Een datalek is alleen al schadelijk omdat de achterdeur openstond en dan hoeven er niet eens daadwerkelijk data gelekt te zijn. Het feit dat het überhaupt zou kunnen maakt het ernstig. Het gebruik van berichtenapps op mobiele telefoons wordt trouwens gezien als het grootste risico. Een concreet voorbeeld zijn werknemers die de organisatie verlaten maar in app-groepen blijven meelezen met werk gerelateerde (vertrouwelijke) informatie.

Ministeries zelf in de fout

Opvallend in het onderzoek is de constatering dat ook hoge ambtenaren en ministers verzuimen om de voorgeschreven middelen te gebruiken. Voorbeelden daarvan zijn minister van justitie  Ferd Grapperhaus (WhatsApp-verkeer met burgemeester Halsema van Amsterdam), Wouter Koolmees van Sociale Zaken (ICT-problemen) en oud-minister van Economische Zaken Henk Kamp (privémail). Dit terwijl hun voorbeeldfunctie van belang is voor het gebruik van veilige IT-applicaties in de rest van de organisatie. Populaire berichtenapps, tablets en smartphones hebben bij hoge ambtenaren en bewindspersonen vaak de voorkeur boven de sterk beveiligde middelen omdat ze gemakkelijker, sneller en gebruiksvriendelijker zijn. Na het begin van de coronacrisis bleek uit mediaberichten dat bewindspersonen onveilige tools als Zoom en WhatsApp gebruiken.

Onderlinge kortsluiting 

In de communicatie met het buitenland zijn er vergelijkbare hindernissen te nemen. Zo maakt de Algemene Rekenkamer zelf geen gebruik van de digitale videotool ZOOM, maar is dat de enige applicatie die de Franse collega’s gebruiken. Ook de uitvoerende ambtenaren hebben met dat probleem af te rekenen. En als de uiteindelijke uitkomst dan is om het toch maar via Zoom te doen, dan zegt men er meteen bij dat bepaalde zaken niet besproken zullen worden of alleen op hoofdlijnen en niet in detail. Ook tussen de ministeries onderling blijken de afspraken te verschillen over wat wel en wat niet te gebruiken. En tevens de vraag: waar vind ik die en wat zijn de algemene afspraken? Op dat punt valt nog veel winst te behalen. Een andere uitkomst is dat de top van de ministeries is in gebreke gebleven om de ambtenaren daarover beter te informeren. Maar hoe nuttig een goede informatievoorziening ook is, uiteindelijk gaat het om de naleving, om het in praktijk brengen van de afspraken.

Job de Haan, nieuwsredacteur Integriteit.nl

Op de hoogte blijven?

Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

Hoe wij u kunnen helpen met integriteit?

Vraag hier onze digitale brochure aan

Eindelijk een echte gedragscode voor de Tweede Kamer. Op papier.

Eindelijk een echte gedragscode voor de Tweede Kamer. Op papier. 150 150 integriteit.nl

Een stille parlementaire revolutie, aan het zicht onttrokken door het oplaaiend pandemisch geweld van Covid-19. Zo zou je, met gevoel voor dramatiek, de eind september aangenomen motie ‘Gedragscode Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal’ kunnen noemen. Deze schrijft voor dat de Kamerleden hun ambt onafhankelijk uitoefenen in het algemeen belang, geen giften of gunsten aannemen, zichzelf niet voortrekken en hun werk niet voor persoonlijk gewin gebruiken.

Nu bestonden deze regels op papier al lang, maar controle op en de handhaving daarvan schoot schromelijk tekort, waardoor Kamerleden in het verleden alsnog in opspraak raakten. Er komt nu, dat is nieuw, een onafhankelijk college van toezicht. Daarmee komt de Kamer na zeven (!) jaar tegemoet aan de aanbevelingen van GRECO, het anti-corruptieorgaan van de Raad van Europa, dat diverse malen pleitte voor aanscherping en betere handhaving. Eind goed, al goed? Helaas de revolutie blijkt vooral een papieren tijger te zijn.

Code met sancties

De vraag is namelijk wat er straks, met de code in de hand, in de praktijk gaat veranderen aan het gedrag van de Kamerleden. Denk dan aan gevallen zoals die van Isabelle Diks (GroenLinks) en Dion Graus (PVV) die in opspraak kwamen door hun onkostenvergoeding, het niet als geschenk opgegeven appartement van Alexander Pechtold (D66), de onbetaalde vliegreisjes van Thierry Baudet (FvD), de stroopwafels van Henk Krol (toen nog 50Plus) en het rijden onder invloed van Wybren van Haga (ex-VVD) als meest recente voorbeelden. Het grote verschil met vroeger zal nu moeten worden gemaakt door de instelling van een onafhankelijk college van onderzoek, dat bestaat uit drie mensen van buiten de Kamer. Op hun advies kan de Kamer een lid dat over de schreef is gegaan een sanctie opleggen. De mogelijkheden zijn een ‘aanwijzing’, een berisping of een schorsing voor maximaal een maand. Maar zelfs als tot die zwaarste straf wordt overgegaan mag het Kamerlid van huis uit nog wel aan alle stemmingen meedoen. Dat vond een NRC-columnist nog steeds een milde straf, niet meer dan een soort “enkelbandvrij thuiswerken”. Toch kan niet worden ontkend dat de sanctiemogelijkheid een verbetering is in vergelijking met het vrijblijvende karakter van een louter papieren gedragscode waar geen enkele dreiging van uitging. Je kunt stellen dat een gewone burger hoger gestraft wordt voor zaken als valsheid in geschrifte of het knoeien met declaraties, maar een Kamerlid dat officieel berispt of geschorst wordt loopt aanzienlijke reputatieschade op, die hem of haar nog lang zal achtervolgen.

Adder onder het gras

Een van de pijlers van de code is dat de parlementariërs hun geschenken, giften, reizen en nevenfuncties goed registreren, het college van integriteit bekijkt dan of dit ook echt gebeurt en kan eventueel een sanctie opleggen. Daar is echter een belangrijke restrictie aan verbonden: het kan alleen in actie komen als er daadwerkelijk een klacht wordt ingediend. En daar zit dan ook direct de achilleshiel. Hoogleraar staats- en bestuursrecht in Leiden Wim Voermans, noemt de handhaving dan ook ‘een lachertje’ omdat er bijvoorbeeld niet actief gecontroleerd wordt of de opgaven kloppen. Ook zijn collega aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, Paul Bovend’Eert, hekelt het gebrek aan controle van de registers in het parlement: ‘Als je integriteit serieus neemt, loop je het een keer allemaal na. Ook inhoudelijk.’ En Muel Kaptein, hoogleraar bedrijfsethiek aan de Erasmusuniversiteit, stelt: ‘Er wordt alleen procedureel gekeken met de gedachte, als er maar iets is ingevuld, dan is het vast wel goed. Zo zet je de samenleving vooral op het verkeerde been. Alle toezicht ontbreekt.’ Kaptein mist steekhoudende vragen als: ‘Wat voor een functie is dit? Met welke praktijken houdt men zich bezig? Hoeveel verdient iemand er echt mee?’

De code getoetst

Dat de kritiek van de hoogleraren niet louter theoretisch is, blijkt uit een onderzoek van Spit, een coöperatie van onderzoeksjournalisten, dat recent gepubliceerd werd in De Groene Amsterdammer. Daaruit blijkt dat Tweede Kamerlid Gidi Markuszower (PVV) directeur is van het bedrijf VAT IT, dat btw terughaalt voor multinationals. Daarmee verdient hij minstens duizend euro per maand. Hoewel de constructie legaal is, kun je je afvragen of een Nederlandse volksvertegenwoordiger in de directie moet zitten van een internationaal bedrijf dat multinationals helpt zo min mogelijk btw te betalen. Kaptein: ‘Het is wonderlijk dat dit kan. Er staat in het nevenregister alleen dat hij voor dit bedrijf werkt, maar niet wat dit bedrijf eigenlijk doet of in welke sector het actief is’. Markuszower was overigens het Kamerlid dat mordicus tegen de nieuwe gedragscode was. Volgens hem krijgt het college van toezicht de macht om Kamerleden ‘de mond te snoeren en wordt op die manier het vrije woord beperkt’. Hij noemde dat in het debat ‘ondemocratisch, onnodig en onfris’.

Het is goed om te bedenken dat het Tweede Kamerlidmaatschap geldt als een fulltime functie, goed voor een jaarlijks inkomen van 116.000 euro. Bekleedt men een betaalde nevenfunctie, dan mag dat bedrag niet meer zijn dan veertien procent van zijn Kamersalaris. Daarboven vindt er een korting op dat salaris vast. Nu heeft Theo Hiddema, Kamerlid voor Forum voor Democratie, een eigen rechtspraktijk met kantoor in Maastricht, maar in het nevenregister staat bij hem onder het kopje neveninkomsten ‘geen opgave’, terwijl dat volgens de regels wel zou moeten. Maar zonder een klacht kan het college van toezicht dus niet zelf controleren of de opgegeven informatie en bedragen wel kloppen.

Geen revolutie

Samengevat concludeert hoogleraar staatsrecht Paul Bovend’Eert dat ondanks de nieuwe gedragscode integriteit bij de Nederlandse overheid nog in de kinderschoenen staat. ‘Al twintig jaar.’ Er wordt veel gepraat en soms wat afgestoft, maar van ‘een echt serieus systeem’ is geen sprake. Hij wijst naar de Verenigde Staten waar de regels veel strenger zijn, waar de volksvertegenwoordigers jaarlijks hele boekwerken (inclusief schriftelijke bewijzen) moeten invullen en inleveren. Nevenfuncties, bezittingen, aandelen, alles moet openbaar worden gemaakt. ‘Inclusief informatie van je partner of je kinderen.’

De echte revolutie moet nog aanbreken.

Job de Haan, nieuwsredacteur Integriteit.nl

Op de hoogte blijven?

Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

Hoe wij u kunnen helpen met integriteit?

Vraag hier onze digitale brochure aan

Transparantie als voorwaarde voor democratische controle

Transparantie als voorwaarde voor democratische controle 150 150 integriteit.nl

“Voorzitter, hier vallen mijn schoenen van uit… gekker moet het niet worden… We worden door het kabinet permanent niet geïnformeerd… we kunnen onze taak niet doen, we kunnen niet rechtzetten wat er fout gaat” (Renske Leyten, SP).  “Voorzitter, ik kan mezelf moeilijk bedwingen, dit is echt heel pijnlijk… Wat voor werk ben ik hier aan het doen, ik kan wel wat anders gaan doen… Ik vind dit buitengewoon kwalijk van dit kabinet” (Pieter Omtzigt, CDA).

Zeldzaam emotionele uitroepen eind juni in de grote zaal van de Tweede Kamer, aan het einde van het parlementaire jaar, waar voor de zoveelste keer de toeslagenaffaire kinderopvang van de belastingdienst centraal stond. Honderden ouders werden jarenlang ten onrechte als fraudeur gezien en moesten de fiscus duizenden euro’s terugbetalen. Maar de citaten hierboven sloegen nu eens niet op de fouten van de belastingdienst, maar gingen over een veel fundamenteler probleem: het stelselmatig onvolledig en verkeerd informeren van de Tweede Kamer door de regering. Centrale vraag: wie bepaalt welke informatie het parlement mag krijgen? Is dat de regering of is dat het parlement?

Dynamische relatie

Op zich is het vreemd dat over het antwoord verschil van mening bestaat. Immers, artikel 68 van de Grondwet zegt over de informatiepositie van het parlement: “De ministers en de staatssecretarissen geven de Eerste en Tweede Kamer elk afzonderlijk en in verenigde vergadering mondeling of schriftelijk de door een of meer leden verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het belang van de staat”. Toch kwam het begin dit jaar tot een botsing tussen Tweede Kamer en de regering waar de minister van Binnenlandse Zaken hamerde op de formulering ‘inlichtingen’ in het grondwetsartikel maar de kamer zich het recht toedichtte om bepaalde documenten te krijgen. Een motie met die strekking werd unaniem door de Kamer aangenomen. Nu wil het toeval (?) dat de Raad van State uitgerekend begin juni met een kritisch en ongevraagd advies naar buiten komt over wat men noemt de ‘dynamiek’ tussen ministers, ambtenaren en de Kamer. Wie echter verwacht dat dit hoogste adviesorgaan van de regering een grondige analyse levert en vooral een oplossing voorstelt uit de conflicterende belangen, komt bedrogen uit. Het rapport stelt namelijk dat ministers het parlement steeds slechter informeren over dossiers, vaak uit angst voor politieke complicaties. Anderzijds, stelt het advies, schiet ook de Tweede Kamer tekort en is soms meer bezig met ‘scoren’ dan met het daadwerkelijk controleren van de macht. Waarmee de bal weer ligt op het speelveld tussen regering en parlement.

Beeldvorming of patroon?

Iemand die zich beroepshalve opwindt over dit advies van de Raad van State is prof. Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Leiden. Hij vindt de analyse van de Raad allesbehalve evenwichtig, omdat daarin volgens hem stevig partij getrokken wordt voor bewindspersonen en ambtenaren. De schuld voor de verruwing wordt zonder al te veel reserve bij de Tweede Kamer gelegd, die zich veel te veel door de waan van de dag en incidentenpolitiek zou laten leiden. En het rapport gaat, heel bijzonder, keer op keer pal staan voor ambtenaren. Die moeten vooral beschermd worden door hun minister. De Raad erkent ‘dat in bepaalde gevallen signalen die door burgers, journalisten en Kamerleden worden aangedragen eerst lange tijd door bewindslieden worden ontkend of onderschat terwijl later blijkt dat die signalen wel degelijk juist waren. In de beeldvorming lijkt dat vaak het gevolg te zijn van een structureel patroon van achterhouden en verdraaiingen van de feiten. Dat zou incidenteel voor kunnen komen maar voor een structureel patroon bestaat geen bewijs.’ Kortom: beeldvorming, geen structureel patroon, aldus de Raad. Maar tegen dat laatste tekent Voermans ernstig bezwaar aan. Hij stelt dat wie ook maar eventjes de moeite neemt om aan de hand van krantenberichten van de afgelopen zeven jaar te kijken wanneer er ‘incidenten’ waren waarbij de regering de Tweede Kamer niet, of onjuist informeerde, die komt al snel tot een lijstje van 22 gevallen. Voermans erkent bij het overzicht dat er op punten wellicht valt af te dingen op de vraag hoe ernstig ministers of staatssecretarissen te kort schoten in hun informatieplicht, anderzijds is het lijstje nog zeer onvolledig. Hoe het zij, volgens hem is er wel degelijk sprake van een patroon: 22 aantoonbare gevallen in de laatste zeven jaar en tien daarvan in de afgelopen twee jaar. En dat laatste noemt hij geen toeval omdat ‘beide Kamers, samen met de onderzoeksjournalistiek, wakker lijken te zijn gekust door de incidenten en het kabinet kritischer zijn gaan volgen’.

Van aandacht naar opdracht

Ten slotte de vraag waarom de Raad van State voor ‘t eerst sinds twee jaar met een ongevraagd advies naar buiten komt. De aanleiding is tweeledig: het adviesorgaan constateert bij wetsvoorstellen die het ter beoordeling kreeg voorgelegd dat er vaak onduidelijkheid is over de ministeriële verantwoordelijkheid. Ook bij recente kwesties, zoals de luchtaanval in Hawija, de toeslagenaffaire kinderopvang of het ongeluk met de Stint, was onduidelijk wat bewindslieden kon worden aangerekend. De Raad sprak met veertig (oud-)ministers, Kamerleden, ambtenaren en wetenschappers. Ambtenaren gaan gebukt onder de „afrekencultuur”. Zij werken vaak met ondoorzichtige archieven en zouden adviezen vaker voor zich houden, uit vrees dat interne discussies met bewindslieden op straat komen. In het verlengde daarvan maakt de Raad van State zich ook zorgen over de wildgroei aan onderzoekscommissies en zogenaamde (deels) zelfstandig opererende bestuursorganen. Volgens Thom de Graaf, vice-president van het adviesorgaan roept dit „de schijn op” dat ministeriële verantwoordelijkheid kan worden „opgeschort”. De Graaf: „Het wekt de suggestie dat een minister eronderuit wil kruipen.” En dat lukt doorgaans alleen maar tijdelijk, aldus de Raad van State. Kortom: er is volop (hernieuwde) aandacht voor de relatie tussen regering en volksvertegenwoordiging. Nu maar hopen dat die aandacht leidt tot een nieuwe, transparante  afbakening van wederzijdse verantwoordelijkheden ter versterking van de democratie.

Job de Haan, nieuwsredacteur Integriteit.nl

Op de hoogte blijven?

Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

Hoe wij u kunnen helpen met integriteit?

Vraag hier onze digitale brochure aan

Politici, wees alert, nu meer dan ooit!

Politici, wees alert, nu meer dan ooit! 150 150 integriteit.nl

De coronacrisis lijkt aan het begin van de maand mei een nieuwe fase in te gaan. Nadat alle aandacht en energie zich richtte op de uitbraak van Covid-19 en deze een afvlakkende curve vertoont, lijkt de schade aan de economie de hoogste prioriteit te krijgen. Ook worden mondjesmaat op verschillende niveaus versoepelingen aangebracht om de maatschappij weer aan de gang te krijgen, te beginnen bij de scholen.

Tegelijkertijd blijkt de legitimiteit van en het maatschappelijk draagvlak onder de vergaande inperkende noodmaatregelen die de regering nog altijd noodzakelijk acht, onder steeds grotere druk te komen staan. Daarbij zijn nog nooit eerder vertoonde beslissingen in zo’n recordtempo genomen terwijl zorgvuldige wetgeving hierbij achterwege is gebleven. Vandaar dat  het kabinet dan ook bekend heeft gemaakt dat men aan een spoedwet werkt om de maatregelen tegen verspreiding van het coronavirus een steviger juridische basis te geven.

Waarschuwende woorden

Te midden van deze, door de omstandigheden afgedwongen, hals-over-kop-besluitvorming wijzen drie prominente bestuurskundigen op nog weer andere risico’s die kleven aan de huidige crisis van ongekende omvang. Deze zijn emeritus-hoogleraar dr. Leo Huberts, prof. dr. Muel Kaptein en Bart de Koning onderzoeksjournalist bij Follow the Money. Zij zijn sinds 2013 verantwoordelijk voor de Politieke Integriteitsindex, het jaarlijkse overzicht van affaires en schandalen waarin politici verstrikt zijn geraakt.

De drie deskundigen waarschuwen voor een bijkomend gevaar dat door de huidige crisis op de loer ligt: de integriteit van politici die op de proef wordt gesteld. Immers, in een crisissituatie staan grote belangen op het spel, is er maatschappelijke druk, grote onzekerheid over de juiste aanpak en minder tot nauwelijks ruimte voor controle door volksvertegenwoordigers.

Er is door het kabinet de afgelopen weken – hopelijk verantwoord – al gesmeten met miljarden en de tweede ronde staat voor de deur: bewindslieden dienen ongekende financiële injecties toe en plaatsen enorme orders voor bijvoorbeeld medische hulpmiddelen, waarbij de gebruikelijke controles en procedures vanwege de geboden snelheid aan de kant worden geschoven. Dat valt alleszins te begrijpen, maar het zet de deur voor misbruik wel wagenwijd open. Onderzoek in binnen- en buitenland wijst uit dat bij ingrijpende crises tal van integriteitsschendingen niet alleen mogelijk zijn, maar ook zullen voorkomen.

De zeven valkuilen

De drie bestuurskundigen verwachten op grond van hun ervaringen dat op de volgende punten uitglijders en affaires zijn te verwachten:

  1. Respectloos gedrag. Een crisis die zoveel slachtoffers maakt, vraagt om ernstige benadering en behandeling in het publieke domein. Dan geven de denigrerende opmerkingen van een minister van Economische Zaken aan het adres van zzp’ers geen pas, die zelf gekozen zouden hebben voor de risico’s die zij lopen.
  2. Belangenverstrengeling, in verschillende vormen: a. privé als men tijdens een crisis vertrouwelijke informatie onder ogen krijgt, kan men in de verleiding komen deze voor eigenbelang aan te wenden. Dat kan bijvoorbeeld bij het (ver)kopen van aandelen op grond van voorkennis. b. in opdrachten die men verleent aan vrienden of bekenden op onderhandse basis. Kortom het risico van nepotisme.
  3. Onrechtmatig gebruik bedrijfsmiddelen. Meestal ontvangen politici een standaardvergoeding voor buitenshuis verblijf of woon-werkverkeer. Maar is dat wel rechtvaardig als iemand gedwongen is om regelmatig thuis te werken. In het Nederlandse– en het Europarlement zijn daar ethisch laakbare voorbeelden van geweest.
  4. Schending democratische procedures. Door omstandigheden gedwongen kunnen politici zich genoodzaakt voelen ‘instemming, toestemming en verantwoording’ over te slaan. Ondermijning van democratische procedures ligt op de loer. Er is al groeiende kritiek onder Kamerleden en raadsleden dat ze buitenspel staan.
  5. Lekken van informatie. Thuiswerken brengt allerlei risico’s met zich mee. Onopzettelijk, door een digitale verbinding die gaten in de beveiliging bevat. Of door onachtzaamheid zoals de casus met Boris Johnson die een screenshot van de kabinetsvergadering via Zoom online postte, met daarin het unieke ID-nummer van die sessie.
  6. Misleiding. Eigen aan een crisis is dat er gebrek aan informatie is of dat bepaalde informatie niet welkom is. Voor sommige regeringsleiders is het verleidelijk informatie achter te houden, of in eigen voordeel om te buigen of te verzinnen. Veelpleger op dat gebied is president Donald Trump, maar ook Boris Johnson maakte zich er schuldig aan. Hij hield de ernst van zijn ziekte door het coronavirus achter voor het grote publiek.
  7. Oneigenlijke machtsuitoefening. Verantwoordelijke politici en bewindslieden leunen in tijden van crisis zwaar op hun medewerkers en ambtenaren. Daarbij blijkt vaak geen tijd en ruimte voor uitleg of tegenspraak. Daardoor voelen medewerkers zich nogal eens oneigenlijk onder druk gezet, zo blijkt uit onderzoek van de Rotterdamse Rekenkamer. Dat kan nog lang zijn sporen nalaten.

Een crisis vraagt van bestuurders dat zij doortastend en daadkrachtig zijn. Maar daarmee alleen redden zij het niet. Niemand weet hoelang een crisis duren zal – en zeker niet de huidige – en dat vergt veel van de spankracht van betrokkenen en derhalve uithoudingsvermogen. Voeg daarbij de fysieke en mentale aanslag die er op verantwoordelijken wordt gepleegd, het privéleven dat vaak als eerste het kind van de rekening wordt en het risico dat integer gedrag erbij inschiet.

Bedenk dat na een crisis altijd wordt teruggekeken en de hoofdrolspelers ter verantwoording zullen worden geroepen. De kans op een parlementaire enquête na de coronacrisis lijkt onvermijdelijk en de kans dat in dat proces, als zo vaak, politici in opspraak zullen geraken is levensgroot. Wees dus alert, luidt de oproep.

Job de Haan, nieuwsredacteur Integriteit.nl

Op de hoogte blijven?

Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

Hoe wij u kunnen helpen met integriteit?

Vraag hier onze digitale brochure aan

Het belang van regelingen en aandacht voor integer handelen

Het belang van regelingen en aandacht voor integer handelen 150 150 integriteit.nl

Onlangs heeft het Gerechtshof Den Bosch een uitspraak gedaan die onderstreept hoe belangrijk het is dat werkgevers een duidelijke gedragscode hebben en daaraan ook van tijd tot tijd aandacht besteden.

Het onbevoegd inzien van elektronische patiëntendossiers

Bij zorginstellingen zijn medewerkers werkzaam die uit hoofde van hun functie vaak vrij eenvoudig allerlei privacygevoelige informatie kunnen raadplegen die is vastgelegd in elektronische patiëntendossiers (EPD’s). Het is belangrijk dat de patiënten erop kunnen vertrouwen dat deze privacygevoelige informatie niet zomaar door iedereen kan worden bekeken en niet wordt misbruikt.

Om dit te waarborgen, hanteert de werkgever vaak een interne regeling c.q. gedragscode. Daarnaast worden er in de systemen vaak technische waarborgen ingebouwd, bijvoorbeeld door, voordat daadwerkelijk toegang tot het EPD wordt gegeven, een melding op het scherm te laten verschijnen met de mededeling dat het onbevoegd raadplegen van het EPD niet is toegestaan. Soms moeten de werknemers dan, met een bepaalde technische handeling, eerst bevestigen dat het een functionele (en dus toegelaten) raadpleging betreft.

Ontslag op staande voet?

De praktijk wijst uit dat er medewerkers zijn die hun nieuwsgierigheid, ondanks de genoemde waarborgen, niet kunnen bedwingen. De werkgever wil dan een stevige maatregel kunnen nemen en in bepaalde gevallen wordt de betreffende medewerker op staande voet ontslagen.

Aan een geldig ontslag op staande voet worden hoge eisen gesteld, ook als het ontslag gebaseerd is op het onbevoegd raadplegen van een EPD. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een zaak die diende bij het Gerechtshof Den Haag op 11 juli 2016. In die zaak had een dialyseverpleegkundige van het Maasstad Ziekenhuis in een periode van ruim drie maanden twintig keer het EPD van een familielid bekeken, terwijl hij met die patiënt geen behandelrelatie had. Het ziekenhuis heeft de medewerker daarop op staande voet ontslagen.

De kantonrechter oordeelde dat de medewerker weliswaar een fout had gemaakt, maar dat die fout hem, gezien de feiten en omstandigheden van de zaak, niet dusdanig zwaar kon worden aangerekend dat het dienstverband moest worden beëindigd. In het verlengde hiervan bepaalde de kantonrechter dat het ziekenhuis de medewerker op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag (met een maximum van € 15.000,-) moest toelaten tot de werkvloer.

Het ziekenhuis stelde hoger beroep in en liet de medewerker niet toe tot zijn oorspronkelijke werkzaamheden.

Het hof Den Haag merkte allereerst op dat bij de beoordeling van het ontslag op staande voet alle omstandigheden van het geval in aanmerking moeten worden genomen.

Vervolgens oordeelde het hof dat enerzijds van belang was dat de medewerker ernstig verwijtbaar had gehandeld, maar dat anderzijds ook moest worden meegewogen dat de medewerker ten tijde van het ontslag twaalf jaar in dienst was, dat zich tijdens het dienstverband niet eerder onregelmatigheden hadden voorgedaan, dat hij zijn werk altijd goed had gedaan en hij, gezien zijn leeftijd, moeilijk een andere baan zou vinden. Het hof achtte ook van belang dat het ziekenhuis “haar personeel weliswaar heeft gewaarschuwd dat ontslag zal volgen in geval van schending van de privacy, maar dat uit niets blijkt dat het personeel wist of moest begrijpen dat het onbevoegd inzien van een EPD zonder meer ontslag op staande voet tot gevolg zou hebben”. Dit alles bracht het hof tot de slotsom dat het ontslag op staande voet inderdaad niet in stand kon blijven.

Het hof was overigens van oordeel dat het dienstverband wel moest eindigen en heeft de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen. Het hof bepaalde ook dat het ziekenhuis aan de medewerker geen transitievergoeding schuldig was. Het ziekenhuis moest wel loon (na-)betalen: de medewerker was op 20 november 2015 op staande voet ontslagen en de arbeidsovereenkomst is ontbonden per 1 augustus 2016 en het ziekenhuis moest de medewerker over deze periode alsnog het loon betalen. De veroordeling om de medewerker tot zijn eigen werk toe te laten werd door het hof ongedaan gemaakt en daarmee was ook de dwangsomveroordeling van de baan.

Dan nu naar de recente uitspraak van het Hof Den Bosch van 23 januari 2020. In die zaak had een medewerker die als verzorgende IG werkzaam was bij een GGZ instelling, via de zogenaamde ‘noodknop-procedure’ acht keer onbevoegd het EPD van haar broer bekeken en op die manier ook een aantal keren het EPD van haar schoonzus ingezien. De GGZ instelling heeft de medewerker niet op staande voet ontslagen, maar heeft zich tot de kantonrechter gewend, met het verzoek om de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn te ontbinden wegens verwijtbaar handelen (en, subsidiair, wegens verstoorde verhoudingen). De kantonrechter heeft dit verzoek toegewezen.

De medewerker stelde daarop hoger beroep in. In hoger beroep voerde zij allereerst aan dat de werkgever de regels, gedragsregels en protocollen beter bekend had moeten maken en dat voor haar bepaald onduidelijk was wat er van haar werd verwacht, omdat de regels – in haar optiek – volstrekt niet helder en duidelijk waren en bovendien verspreid waren over een tiental documenten. Het Hof ging hier niet in mee. Het overwoog dat de medewerker al een aantal jaren met de rond het EPD geldende gedragsregelingen had gewerkt, dat daar in haar opleiding, trainingen en werkomgeving ook aandacht aan moet zijn besteed en dat daar in de via het intranet bekend gemaakte codes ook aandacht aan werd besteed. Volgens het hof kon de uitspraak van de kantonrechter dan ook in stand blijven.

Het belang van regelingen en aandacht voor integer handelen

Uit deze uitspraken blijkt dat het belang van een duidelijke interne regeling over het gebruik en inzien van EPD’s niet moet worden onderschat. Het is belangrijk dat in deze regeling niet alleen zorgvuldig wordt vastgelegd wat er van de medewerkers wordt verwacht, maar ook welke sancties de werkgever kan opleggen als een medewerker op dit punt tekort schiet.

En het is net zo belangrijk dat de werkgever de regels rondom het inzien van EPD’s aantoonbaar regelmatig onder de aandacht brengt bij medewerkers. Doet de werkgever dit niet, dan moet hij er rekening mee houden dat de rechter een eventueel ontslag wegens overtreding van de regels zeer kritisch tegemoet zal treden. Het is dus goed om de interne regels nog eens kritisch tegen het licht te houden en om deze, zo nodig, aan te passen en nog eens nadrukkelijk bij de medewerkers onder de aandacht te brengen

Jacobien Frederix-Gianotten

Dit artikel verscheen eerder op de website van Capra Advocaten

Op de hoogte blijven?

Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

Hoe wij u kunnen helpen met integriteit?

Vraag hier onze digitale brochure aan

Integriteit volgens de civiele rechter

Integriteit volgens de civiele rechter 150 150 integriteit.nl

De overheid is een werkgever met een bijzonder karakter. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat de overheid als enige bevoegd is geweld te gebruiken, de vrijheden van burgers te beperken en hen te verplichten belasting te betalen. Het feit dat burgers zich niet kunnen onttrekken aan de uitoefening van deze bevoegdheden zorgt ervoor dat aan de werknemers bij de overheid strenge eisen worden gesteld ten aanzien van hun integriteit.

Normalisering en integriteit

Integriteit staat dan ook hoog op de agenda bij overheidswerkgevers. Dat is niet anders geworden door de inwerkingtreding per 1 januari 2020 van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra), nader aangeduid als de Ambtenarenwet 2017. Een enkele integriteitsschending van een individuele ambtenaar kan immers het aanzien en de geloofwaardigheid van de overheid dusdanig schenden, dat het vertrouwen van burgers in de overheid ernstig wordt aangetast. Daarom dient ook in de genormaliseerde situatie de integriteit van de overheid en de overheidswerknemers in wet- en regelgeving gewaarborgd te zijn.

Ambtenarenwet 2017

In artikel 6 van de Ambtenarenwet 2017 is opgenomen dat de ambtenaar gehouden is de op hem rustende en uit zijn functie voortvloeiende verplichtingen te vervullen en zich ook overigens te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt. Het niet naleven hiervan geldt voor de toepassing van het Burgerlijk Wetboek (BW) als een tekortkoming in het nakomen van de plichten welke de arbeidsovereenkomst aan de ambtenaar oplegt.

In artikel 4 van de Ambtenarenwet 2017 staat dat de overheidswerkgever verplicht is een integriteitsbeleid te voeren dat is gericht op goed ambtelijk handelen. Hij kan niet volstaan met het formuleren van beleid, maar is ook verplicht aandacht te besteden aan het bevorderen van integriteitsbewustzijn en aan het voorkomen van misbruik van bevoegdheden, belangenverstrengeling en discriminatie. Door integriteit in functioneringsgesprekken en werkoverleg aan de orde te stellen moet het integriteitsbeleid vast onderdeel uitmaken van het personeelsbeleid. Ook moet de overheidswerkgever scholing en vorming op het gebied van integriteit bieden. Tot slot schrijft de Ambtenarenwet voor dat de overheidswerkgever een gedragscode heeft voor goed ambtelijk handelen.

Integriteit wordt daarmee voor de ambtenaar apart vastgelegd, bovenop de arbeidsrechtelijke bepaling van artikel 7:611 BW waarin het goed werknemerschap is opgenomen. Integriteit vormt volgens de parlementaire geschiedenis bij de Wnra, samen met de eed of belofte, het hart van de ambtelijke status.

Tuchtrecht

Indien sprake is van een ambtelijke integriteitsschending, dan wordt dit aangemerkt als plichtsverzuim. In het ‘oude’ ambtenarenrecht bestond er voor de overheidswerkgever de mogelijkheid een disciplinaire straf op te leggen indien sprake was van plichtsverzuim. De rechtspositieregelingen van de verschillende sectoren bevatten een limitatieve opsomming van disciplinaire straffen, die ook voorwaardelijk konden worden opgelegd (zoals een voorwaardelijk strafontslag). Deze disciplinaire straffen zijn onder de Wnra komen te vervallen. Hiervoor in de plaats zijn maatregelen uit het private arbeidsrecht gekomen.

Maatregelen uit het private arbeidsrecht

Het arbeidstuchtrecht kent – anders dan het ambtenarenrecht – geen uitgebreide regeling van disciplinaire maatregelen. Mogelijke maatregelen zijn bijvoorbeeld een schriftelijke waarschuwing, een boete (mits dit in de arbeidsovereenkomst of cao geregeld is) en ontslag op staande voet. Het ontslag op staande voet kan gezien worden als tegenhanger van het strafontslag in het ambtenarenrecht, ook al zijn er verschillen. Van een werkgever mag in het algemeen worden verwacht dat hij de werknemer eerst via disciplinaire maatregelen in het gareel probeert te krijgen alvorens over te gaan tot ontslag.

Verschil oordeel bestuursrechter – civiele rechter

Een ambtenaar die zich schuldig maakt aan een schending van de integriteit, bijvoorbeeld belangenverstrengeling, of tenminste de schijn van belangenverstrengeling heeft gewekt, kan rekenen op weinig begrip van de Centrale Raad van Beroep (CRvB). Aan ambtenaren worden volgens de hoogste ambtenarenrechter hoge integriteitseisen gesteld. Een ontslag is dan ook meestal het logische gevolg van belangenverstrengeling.

Echter, waar in het bestuursrecht alleen al de schijn van belangenverstrengeling kan leiden tot ontslag, lijkt de kantonrechter – waar ambtenaren sinds 1 januari 2020 mee te maken hebben – (veel) soepeler. Dat geldt ook wanneer een ambtenaar en een werknemer zitten te neuzen in bestanden waarin ze niets te zoeken hebben.

In dat licht is de uitspraak d.d. 28 november 2019 van de Centrale Raad van Beroep interessant. Hierin werd een ambtenaar verweten (maar liefst) 127 niet-functionele en dus ongeoorloofde raadplegingen in Suwinet te hebben verricht. Dit werd door zijn werkgever aangemerkt als ernstig plichtsverzuim waaraan de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag werd verbonden. Door de Raad werd dit standpunt bevestigd. Onvoorwaardelijk ontslag achtte de Raad, gezien de aard en de ernst van de verweten raadplegingen in het licht van de terecht gestelde eisen van betrouwbaarheid, verantwoordelijkheid en integriteit van ambtenaren, niet onevenredig aan het gepleegde plichtsverzuim. De ambtenaar had volgens de Raad het noodzakelijk in hem te stellen vertrouwen geschaad. Dat de opgelegde straf ingrijpende gevolgen voor de ambtenaar had, legde onvoldoende gewicht in de schaal om tot een ander oordeel te komen.

De vraag is of de civiele rechter tot een ander oordeel zou zijn gekomen. Vaststaat dat de CRvB een (veel) strengere lijn hanteert dan de civiele arbeidsrechter. Zo moest in 2017 het Hof Den Haag de vraag beantwoorden of een medewerkster van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) terecht op staande voet was ontslagen nadat ze 350 keer het Suwinet had geraadpleegd, terwijl dit geen verband hield met gevalsbehandeling. Ze keek dus in bestanden terwijl dat niet mocht. Volgens het Hof waren de raadplegingen inderdaad niet toegestaan, maar haar acties leverden geen dringende reden op voor ontslag op staande voet. Op de SVB rust immers de verantwoordelijkheid de medewerkster op structurele basis voor te lichten, te begeleiden en te waarschuwen. De SVB had naar het oordeel van het Hof met een minder ingrijpende maatregel moeten treffen.

Dit verschil zien we bijvoorbeeld ook terug bij strafbare handelingen begaan in de privésfeer. Een werknemer die werkte bij een containerterminal was veroordeeld voor verboden drugs- en vuurwapenbezit, cocaïnehandel en het witwassen van zwart geld. Ondanks het feit dat de werkgever een streng anti-alcohol- en drugsbeleid voerde, was de kantonrechter soepel: er was geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen, omdat de strafbare handelingen in de privésfeer hadden plaatsgevonden (Rechtbank Rotterdam 9 januari 2018). Had een ambtenaar zich schuldig gemaakt aan vergelijkbaar gedrag in de privésfeer, dan wordt dit, zo blijkt uit de vaste jurisprudentie van de CRvB, al snel betiteld als ernstig plichtsverzuim waaraan strafontslag evenredig is.

Op basis hiervan zou de conclusie kunnen worden getrokken dat ambtenaren onder het civiele recht, iets milder worden behandeld als ze zich schuldig maken aan een integriteitsschending.

Duidelijke communicatie

Het lijkt er derhalve voor ambtenaren die zich onder de Wnra schuldig maken aan een integriteitsschending gunstig uit te zien: ze hebben dan te maken met een andere, mildere rechter. Maar sinds 1 januari 2020 heeft ook de civiele rechter te maken met de integriteitsregels uit de Ambtenarenwet 2017. Zijn toetsingskader verandert dus. Onzeker is hoe de civiele rechter met integriteitskwesties zal omgaan.

Relevant is in dit kader de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland die op 26 maart 2020 uitspraak heeft gedaan in een kwestie tussen de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en een hoogleraar. Uit deze uitspraak lijkt te volgen dat de ambtenarenrechtelijke jurisprudentie van de CRvB van invloed zal zijn op het arbeidsrecht in de (semi-)publieke sector, dus ook in het geval van integriteitskwesties rondom ambtenaren. Dit is uiteraard relevant voor de praktijk.

Overheidswerkgevers zullen er daarom goed aan doen om datgene wat als schending van de integriteit wordt aangemerkt en de bestraffing daarvan beter te gaan vastleggen en onder de aandacht van de werknemers en te brengen. Dat schept duidelijkheid over wat wel en niet wordt geaccepteerd binnen de organisatie. Indien deze regels duidelijk en consequent worden toegepast, zal de werkgever bovendien sterker staan in een eventueel geschil bij de rechtbank. Overheidswerknemers kunnen dan toch te maken krijgen met een strenge(re) civiele rechter, omdat ze door hun werkgever al gewaarschuwd zijn.

Esther van Gaal

Dit artikel verscheen eerder op de website van Capra Advocaten

Op de hoogte blijven?

Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

Hoe wij u kunnen helpen met integriteit?

Vraag hier onze digitale brochure aan

Integriteit in tijden van corona

Integriteit in tijden van corona 150 150 integriteit.nl

De wereld is in rep en roer ten gevolge van de zogenaamde ‘coronacrisis’. Er zijn mensen die zeggen dat de gezondheidsschade ten gevolge daarvan relatief meevalt in vergelijking met de laatste grote griepepidemie. Anderen beweerden het tegenovergestelde.

Duidelijk is in ieder geval dat er op dit terrein veel zorgen zijn, niet alleen bij de sector die erover gaat: de Zorg. De economische schade is hoe dan ook enorm en de vraag doet zich voor hoe deze in de komende periode zoveel mogelijk beperkt kan worden. Over beide aspecten valt veel te zeggen, maar wat mij recentelijk opviel, was dat (ook) in tijden als deze een groot appèl wordt gedaan op de integriteit van politiek ambtsdragers en bestuurders. Wat was er aan de hand?

Republikeinse senatoren schonden ambtsgeheim en handelden met voorkennis

Onlangs is gebleken dat enkele Republikeinse senatoren zich hebben laten voorlichten door experts, die hen hebben verteld wat de gevolgen zouden kunnen gaan worden van de corona-epidemie, die nadien een pandemie is geworden. Het ging om RIVM-achtige experts, die op dit moment grote invloed hebben op het overheidsbeleid over de gehele wereld. In een geheime bijeenkomst zijn in Amerika enkele senatoren ingelicht door deze experts. Daarmee hadden zij voorkennis van de scenario’s waarmee de diverse overheden, waaronder de Amerikaanse, rekening dienden te houden. Vanzelfsprekend werden zij geacht de informatie die zij op dat moment kregen voorlopig onder de pet te houden. Dit teneinde te voorkomen dat onmiddellijk de beurs zou instorten en grote paniek zou ontstaan. Zij hielden de informatie niet onder de pet, in die zin dat zij enkele vertrouwelingen hebben ingelicht. Dat is doodzonde nummer 1: schending van hun ambtsgeheim.

De tweede doodzonde was, dat zij onmiddellijk hun privé-aandelen verkochten, waarmee zij voor miljoenen konden ‘cashen’. Dit kort voor de beurskrach die enkele weken later zou volgen, waarbij de aandelenkoersen ongeveer 30% onderuit gingen.

Doodzonde nummer 2 was zo mogelijk nog erger dan doodzonde nummer 1. Handelen met voorkennis geldt als een strafbaar feit. Saillant detail was dat één van de senatoren enkele jaren geleden had gestemd tegen een wetsvoorstel waarbij handelen met voorkennis strafbaar werd gesteld. Overigens is het lekken van geheime informatie veelal ook een strafbaar feit.

Wat zouden de gevolgen van deze integriteitsschending in Nederland zijn?

Los daarvan: dat deze senatoren niet integer hebben gehandeld, lijkt me duidelijk. Begrijpelijk zijn dan ook de woedende reacties in de pers en bij de bevolking. In Nederland zou dat niet anders zijn geweest. Stel je bijvoorbeeld eens voor dat er een geheime bijeenkomst plaatsvindt begin januari met de fractievoorzitters van de Tweede Kamer, waarbij deze door het RIVM worden ingelicht over de mogelijke gevolgen van de komende corona-pandemie. Stel vervolgens dat deze fractievoorzitters enkele vriendjes inlichten en aandelen verkopen (voor zover ze die hebben), dan zou de wereld te klein zijn. Het Openbaar Ministerie zou onmiddellijk in actie komen en bezien of en in hoeverre strafrechtelijke vervolging mogelijk is. Verder mag ik hopen dat grote druk wordt uitgeoefend op het aftreden van de betreffende fractievoorzitters.

Het schenden van de geheimhoudingsverplichting en het zich schuldig maken aan belangenverstrengeling gelden ook in Nederland als forse schendingen van integriteitsregels. Dat zoiets leidt tot kritische vragen door de pers en woedende reacties vanuit de bevolking ligt voor de hand.

Hoe zouden wij zelf handelen?

Tot zover niets bijzonders. De vraag is echter hoe wij zelf gehandeld zouden hebben in een dergelijke situatie. In de praktijk is het immers zo dat principes en belangen vaak wonderwel parallel lopen. Het wordt pas interessant als dat niet het geval is. Hoe vaak komt het voor dat een politicus – of laten we het breder stellen: een mens – standpunten inneemt die regelrecht in strijd zijn met zijn eigen belangen? Laten we eerlijk zijn: vaak is dat niet het geval. Niets menselijks is ons immers vreemd. De apostel Paulus zou dan zeggen: “Die meent te staan, zie toe dat hij niet valle.” (1 Korinthiërs 10:12-13).

Voorbeeldcasus tijdens een integriteitsworkshop

Als tijdens een integriteitsworkshop bij een willekeurige gemeente aan de raadsleden een casus wordt voorgelegd, waarvan de strekking is dat sprake is van vertrouwelijke kennisneming van een voorgenomen bestemmingsplanwijziging ten gevolge waarvan een asielzoekerscentrum zal worden gepland recht tegenover de woning van de dochter van het desbetreffende raadslid en vervolgens de vraag wordt gesteld aan het raadslid of hij die informatie zou delen met zijn dochter, is in 90% van de gevallen het antwoord: ja, ik zou die informatie met niemand delen, behalve met mijn dochter.

Vaak wordt dan gezegd dat dat niet zo erg is, maar in essentie is er geen wezenlijk verschil tussen deze casus en de Amerikaanse versie daarvan, die ik zojuist heb geschetst.

Het belang van het bespreken van integriteitsdilemma’s

Op dat soort momenten blijkt maar weer eens hoe belangrijk het is dat in de publieke sector (en ook daarbuiten trouwens) met grote regelmaat discussies plaatsvinden over het onderwerp Integriteit en dat concrete dilemma’s daarover worden besproken. Dat geldt voor bestuurders en (overige) politiek ambtsdragers, maar ook voor ambtenaren en overige werknemers. Dat geldt niet alleen bij de diverse overheden, maar ook in de onderwijssector, in de zorgsector en daarbuiten.

Capra Advocaten en Integriteit.nl bieden trainingen, integriteitsscans en workshops aan Voor Capra Advocaten geldt dat wij al sinds jaar en dag betrokken zijn bij integriteitskwesties in verschillende hoedanigheden, namelijk als procesgemachtigde, als adviseur, onderzoeker naar integriteitsschendingen en docent/trainer. Daarnaast wordt via Integriteit.nl een online trainingsmodule aangeboden ten behoeve van onder meer bestuurders/politiek ambtsdragers en ambtenaren. Die module wordt onder meer gebruikt door leidinggevenden om het gesprek aan te gaan met medewerkers over integriteit.

Voorafgaand daaraan worden workshops georganiseerd, waarvan dilemmatrainingen een vast onderdeel uitmaken. Daarnaast komt het geregeld voor dat met individuele bestuurders en ambtenaren het gesprek wordt aangegaan over het onderwerp Integriteit, al dan niet in het kader van een zogenaamde ‘integriteitsscan’, vooruitlopend op een benoeming. Daarbij komen kwesties als het voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling, openheid en transparantie, het naleven van geheimhoudingsverplichtingen etc. uitvoerig aan de orde. Bewust worden, zijn en blijven van integriteit is daarbij de kernboodschap.

Interesse voor de online module, integriteitsgesprekken, workshops en/of integriteitsscans? Bekijk dan de oplossingen op deze website of bezoek onze speciale pagina over integriteit op capra.nl.

Jan Blanken, Capra Advocaten

Dit artikel verscheen eerder op de website van Capra Advocaten

Op de hoogte blijven?

Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

Hoe wij u kunnen helpen met integriteit?

Vraag hier onze digitale brochure aan

Sorry, seems to be the hardest word

Sorry, seems to be the hardest word 150 150 integriteit.nl

Elke werkweek een politicus in opspraak en voor de achtste keer op rij staat de VVD op de eerste plaats met bijna een kwart van alle meldingen over het jaar 2019. Zie daar de uitkomst van de jaarlijkse PII-index, de Politieke Integriteits Index, die het aantal integriteits-schandalen sinds 2013 bijhoudt waarin politici verzeild raken.

Bij elkaar komen de recente affaires op 42, tegen 54 in 2018, 39 in 2017 en 47 in 2016. Het aantal constateringen in de PII schommelt al jaren rond die waarden. Dat er in 2018 fors meer affaires speelden, kwam door de gemeenteraadsverkiezingen in dat jaar. Die leveren altijd veel lokale relletjes op omdat voorheen onbekende personen als (kandidaat) politicus ineens onder een vergrootglas komen te liggen.

Naast die toppositie voor de liberalen valt op dat lokale partijen, de PVV en D66 relatief veel problemen kenden. Hier zijn de resultaten te vinden uitgesplitst naar het aantal meldingen en partijen. Wat er verder uitspringt is dat het grootste probleem voor Nederlandse politici niet het functioneren is tijdens de uit-oefening van hun ambt, maar hun wangedrag buiten werktijd, waarvan dronkenschap en fraude de kroon spannen. Toch is ook dat al jaren het geval.

Verrassende nieuwkomer is de SGP, die niet alleen recht in de leer is maar meestal ook in de wandel. Voorzitter Peter Zevenbergen (63) moest aftreden omdat er binnen de partij discussie ontstond over wachtgeld dat hij nog ontving als oud-wethouder van Alblasserdam. Zo kreeg hij vanaf 2011, netto, minstens 140.000 euro wacht-geld, dat hij ontving naast zijn inkomen als directeur van het reformatorische Wartburg College. Ook onverwacht was het in opspraak raken van Sophie in ‘t Veld, al 15 jaar het vertrouwde gezicht van D66 in Europa. Zij bleek als Euro-parlementariër jarenlang hotelkosten te hebben ontvangen voor over-nachting in Brussel, terwijl zij daar sinds jaar en dag een eigen woning heeft. Dan is daar nog de grote winnaar van de Provinciale Staten-verkiezingen, Forum voor Democratie (FvD), die enkele malen negatief in het nieuws kwam. Allereerst de excom-municatie door partijleider Thierry Baudet van mede-oprichter Henk Otten die zichzelf met FvD-gelden verrijkt zou hebben. Vervolgens Baudet zelf die verzuimde, in strijd met de regels, een vlucht met een privévliegtuig in het geschenkenregister te melden en collega-Kamerlid Theo Hiddema (FvD) die een te hoge onkostenvergoeding voor woon-werkverkeer ontving.

De twee pijnlijkste affaires voor de VVD betroffen het Tweede Kamerlid Wybren van Haga en de eigen fractieleider Klaas Dijkhoff. Eerstgenoemde was al recidivist en zette in 2019 maar liefst drie nieuwe rellen op zijn conto: hij ‘vergat’ neveninkomsten op te geven, werd gepakt met drank op achter het stuur en hij bleek, tegen de afspraken met de partij in, toch nog actief betrokken te zijn bij zijn vastgoed-bedrijf; hij werd de fractie uitgezet. Dijkhoff bleek, haaks op de integriteits-regels van de partij, ten onrechte een dubbele reiskostenvergoeding te ontvangen. Bovendien liet hij zichzelf – weliswaar rechtmatig – wachtgeld uitkeren, bovenop zijn salaris als fractievoorzitter. Ook al nam hij tegenmaatregelen, de schade aan zijn imago kon niet worden gerepareerd.

De ernstigste affaire speelde bij de gemeente Den Haag, waar de Rijks-recherche binnenviel bij de wethouders Richard de Mos en Rachid Guernaoui van Groep De Mos/Hart voor Den Haag. Zij zouden zijn omgekocht door bevriende horecaondernemers en in ruil daarvoor vergunningen hebben geregeld. Daarnaast vindt als gevolg daarvan intern onderzoek plaats bij de gemeente naar mogelijke ambtelijke corruptie en zijn er tal van vragen over de verkoop van een monumentaal pand naast paleis Noordeinde voor het ogenschijnlijk lage bedrag van 1,7 miljoen euro. Beide wethouders ont-kennen, maar moesten wel aftreden. Als gevolg van deze calamiteiten heeft waarnemend burgemeester Johan Remkes een groot integriteits-onderzoek binnen de gemeente ingesteld, plus een aanscherping van de regels.

Hoe groot de onderlinge verschillen in schandalen moge zijn, toch is er wel degelijk sprake van een rode draad. Elton John had er in 1976 een wereldhit mee, toen ging het over liefdesrelaties. Ruim veertig jaar later blijkt het ook toepasselijk voor het gedrag van politici die zichzelf in de problemen hebben gebracht. Immers, zo concluderen de onderzoekers, slechts weinig politici die tegen de lamp lopen kunnen zonder omhaal hun excuses aanbieden en zeggen: ‘Het spijt me. Punt.’ Vrijwel altijd volgt er dan een of andere ‘ontlastende’ verklaring of uitvlucht. Integriteitsexperts spreken in zo’n geval van ‘neutralisaties’: redeneringen die mensen voor zichzelf en anderen gebruiken om het feit dat ze een regel overtraden met terugwerkende kracht rechtvaardigen. De meeste overtreders geven namelijk te kennen wel degelijk op de hoogte te zijn van de regels en wetten, maar kunnen voor zichzelf en van daaruit tegenover anderen, naar eigen zeggen, wel uitleggen waarom speciaal zij in de betreffende situatie zich er niet aan hoefden of konden houden.

Job de Haan, nieuwsredacteur Integriteit.nl

Op de hoogte blijven?

Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

Hoe wij u kunnen helpen met integriteit?

Vraag hier onze brochure aan

Nederland is wel/niet/een beetje corrupt

Nederland is wel/niet/een beetje corrupt 150 150 integriteit.nl

Wie bij ons na een verkeersovertreding zijn rijbewijs aan de politie overhandigt samen met een opgevouwen briefje van twintig euro, krijgt meteen twee bekeuringen. Maar wie als Kamerlid een appartement ter waarde van 135.000 euro krijgt van een Canadese oud-ambassadeur voor wie hij ooit klusjes heeft gedaan, noemt dat een privékwestie geschonken door een ‘familievriend’ – en komt daar mee weg.

Het antwoord op de vraag of Nederland corrupt is en in welke mate, lijkt op de vraag: is het glas half leeg of half vol? Met andere woorden: het hangt er maar vanaf waarmee je het vergelijkt. Transparency International is een internationale non-profitorganisatie die werd opgericht in 1995. Zij brengt jaarlijks verslag uit hoe het wereldwijd gesteld is met corruptie in de zogeheten Corruption Peceptions Index (CPI).

Daaruit blijkt dat geen van de 180 onderzochte landen gevrijwaard is van corruptie in de publieke sector. De recent uitgekomen index over 2019 geeft aan dat de anti-corruptieladder wordt aangevoerd door Denemarken en Nieuw-Zeeland als meest schone landen met een score van 87 punten op een schaal van 100. Daarop volgen nog drie Scandinavische landen en verder Singapore en Zwitserland. Nederland staat op plaats acht en lijkt daarmee geen slecht figuur te slaan, maar hier is het glas half vol. Want twintig jaar geleden scoorde Nederland nog 90 punten en tien jaar geleden 88. En – glas half leeg- die dalende trend zette door tot 2017 met 82 punten waarna de score nu al voor het derde jaar op rij stagneert

Toch, als ons land op de achtste plaats staat van een lijst met 180 landen, valt het met de corruptie dan eigenlijk niet mee? Op het eerste gezicht misschien wel, maar als we de (recente) geschiedenis bekijken vanuit het perspectief van de gewenste integriteit, dan is er alle reden om ons zorgen te maken. Zowel in de private als in de publieke sector worden we de laatste tijden overspoeld door incidenten. In Den Haag treden twee wethouders af op verdenking van corruptie. Een VVD-senator misbruikt haar parlementaire positie om haar zakelijke belangen te bevorderen. ING stemt in met een recordschikking van 775 miljoen euro in verband met witwassen en fraude. Bij ABN Amro loopt een vergelijkbaar onderzoek. Het OM doet onderzoek bij Shell naar omkoping bij de exploitatie-rechten van een olieveld voor de kust van Nigeria. Politieke partijen adviseren donateurs hoe ze de regels rond giften moeten omzeilen. Een fractieleider in de Tweede Kamer verzuimt aan-geboden reizen op te geven in het daarvoor bestemde register van de Tweede Kamer. Zomaar een rijtje dat moeiteloos kan worden aangevuld.

Daar valt tegenin te brengen dat die zaken dan toch ook aan het licht gekomen zijn – zelfreinigend vermogen – en die plaats in de top-tien is toch niet niks? Dat klopt, zij het dat die positie een vertekend beeld geeft. Misschien is er geen sprake van structurele corruptie maar slechts van een hoog aantal incidenten, er is wel iets anders aan de hand. Wij maken corruptie door anderen wel mogelijk. Dan gaat het over de glimmende torens op de Amsterdamse Zuidas. Zo’n 20% van de wereldwijde financiële stromen gaan daar door ons land. En een aanzienlijk deel van deze geld-stroom is gelieerd aan belasting-ontduiking. De Italiaanse journalist en maffia-specialist Roberto Saviano, die het boek ‘Gomorra’ schreef, vertaald in vijftig landen, rekent daarin niet Napels of Lagos tot de meest corrupte plekken ter wereld maar Londen en Amster-dam. Misschien overdreven gesteld, maar het spoort met een andere index van Transparency International: Exporting Corruption. Deze meet de bestrijding van buitenlandse omkoping en daarin bekleedt ons land een matige middenpositie.

Een sprekend voorbeeld van die laatste stelling is het schandaal dat begin dit jaar uitbrak rond de Angolese oud-presidentsdochter Isabel dos Santos die al jaren vanuit Nederland honderden miljoenen aan betwiste bezittingen beheert. Dos Santos gebruikt zeker negen Nederlandse brievenbusbedrijven voor het beheer van haar belangen in olie, telecom en diamanten. Sommige van die bv’s zijn betrokken bij transacties die volgens de Angolese staat corrupt zijn. De Angolese staat legde eind vorig jaar voor 1,1 miljard dollar beslag op de bezittingen van Dos Santos. Dat bedrag zou zij via Nederlandse bv’s hebben onttrokken aan de Angolese staatskas. De Nederlandsche Bank zette al in 2012 vraagtekens bij de belangen van Dos Santos via Nederland, maar haar bedrijven onttrokken zich eenvoudig aan het toezicht en zijn nog altijd actief.

Ten slotte: de leiding van Transparency International doet ook nog een aantal aanbevelingen aan het adres van de Nederlandse overheid en het bedrijfs-leven. Versterk de opsporingscapaciteit bij het OM voor witwassen en buiten-landse omkoping. Versnel de evaluatie van het Huis voor Klokkenluiders en voer goede klokkenluidersregelingen in. Maak een succes van het Plan Aanpak Witwassen. En meer algemeen: ga van minimale compliance naar integriteitsmanagement.

Job de Haan, nieuwsredacteur Integriteit.nl

Op de hoogte blijven?

Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

Hoe wij u kunnen helpen met integriteit?

Vraag hier onze brochure aan

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we ervan uit dat je ermee instemt.